Article index
Latest articles
Issue #024 Published: 05-06-2019 // Written by: B.W. van Wonderen
Permanent
We borgen meer ruimtes voor kunstenaars, door het aantal (permanente) broedplaatsen uit te breiden Uit: Program Akkoord van B&W Amsterdam (mei 2018, p. 63): Maar er is sindsdien In Amsterdam vrijwel geen broedplaats meer bijgekomen. Geen enkele tijdelijke plek, broedplaats of anders, is omgezet in een permanente plek. Niet voor kunstenaars en voor niemand. We zijn een jaar verder en een hele reeks tijdelijke plekken en panden, die eigendom zijn van de gemeente, worden nog steeds de komende jaren met ontruiming bedreigd. Dat zijn onder anderen: De Ceuvel – Noord Groene experimenteerplek van boten op land, recycle art en nieuwe aanpak bodemverontreiniging. Officieel een broedplaats. Zomers paradijs. Nog een paar jaar te gaan. De School - West Club, annex restaurant en hang out. Opvolger Club Trouw. Nog twee jaar te gaan, dan loopt het huurcontract af. NDSM-Oost – Noord Het hele gebied ten oosten van de NDSM-pont. Zou vanaf volgend jaar volgebouwd worden maar door protesten is vorig jaar besloten om het terrein nog voor 10 jaar als stedelijk cultuur-, werk- en festival- terrein te behouden. Nu is de tijd om dat permanent te maken. X-Helling - Noord Laatste ruige stukje van de voormalige scheepswerf NDSM. In de scheepshelling zitten nu een aantal werkplaatsen. Zij zijn al jaren in onderhandeling met eigenaar Gemeentelijk Vastgoed. Die wil alleen tijdelijk verhuren, voor maximaal 10 jaar. Maak het permanent De Vlugt – Slotermeer Al 10 jaar een broedplaats aan de Burgemeester de Vlugtlaan. Hier zit ook Westside, het buurthuis nieuwe stijl met de Geluksdisco; het Zina Platform met theatermaaksters uit Marokko en het Midden-Oosten; en andere huurders die van groot belang zijn voor Nieuw West.  Volgend jaar stopt het huurcontract. Modestraat – Noord Sociaal centrum annex broedplaats aan het Buikslotermeerplein in Noord. Geen enkele zekerheid over de toekomst.
Issue #024 Published: 02-06-2019 // Written by: Marte Poelstra
Studio/K: Meer dan een bioscoop
Studio/K is een bioscoop, café en restaurant in Amsterdam Oost waar studenten aan het roer staan. Het is een non-profit culturele organisatie, opgericht in 2007 op initiatief van Stichting Kriterion. De studenten die hier werken hebben de unieke kans om te ontdekken hoe het is om samen een bedrijf te runnen. Ook in de keuken staan elke dag studenten achter het fornuis om de lekkerste gerechten te bereiden. Seizoensgebonden en biologische producten staan bij ons centraal. Het menu houden we altijd gevarieerd. Naast vis en vlees hebben we ook vegetarische en veganistische gerechten! Ook naar de film? Met ons film en diner arrangement van 17 euro ben je de hele avond zoet. En naar de film, dat kan altijd. Of je nou zin hebt in een thriller, met het hele gezin bent, of met smart zit te wachten op de nieuwste releases, bij Studio/K komt iedereen aan z’n trekken. Van bekroonde speelfilms en inspirerende documentaires tot onze speciale programmering, waar de meest obscure parels en vergeten klassiekers aan bod komen. Deze specials worden iedere woensdag- en zaterdagavond vertoond, met minimaal één keer in de maand een film op 35mm!  Maandelijks wordt een uniek thema uitgelicht aan de hand van vier films met dezelfde regisseur, uit hetzelfde genre of met andere overeenkomsten.  Een recentelijke thema was ‘Her Vision’, waar de visie van de vrouw te zien was in zeer uiteenlopende films, van activistische sci-fi tot empowering Iraanse stripboek-verfilmingen. Daarnaast hebben we films uit het Blaxploitation-genre vertoond met klassiekers als Foxy Brown.  In de maand mei ligt de focus op de grimmige boxing scene, waar weddenschappen en oplichterijen met elke ronde toenemen. De meest legendarische boxing-films van de afgelopen eeuw brengen we samen onder de noemer ‘Saved by the Bell in /K’.  Raging Bull (1980) woensdag 01/05 & zaterdag 18/05 Snatch (2000) [35mm] zaterdag 11/05 & woensdag 22/05 Rocky (1976) zaterdag 04/05 en woensdag 15/05 en 29/05 Body and Soul (1947)  woensdag 08/05 & zaterdag 25/05 Bijkomen van de films of ontsnappen aan de dagelijkse sleur kan in ons café, waar regelmatig verschillende muzikanten optreden.  Elke laatste woensdag van de maand vindt Jazz in /K plaats, waar internationale Jazz artiesten te zien zijn. Daarnaast bieden we podium aan upcoming artiesten en muziekcollectieven. Ook cultureel-maatschappelijke organisaties krijgen bij ons de ruimte om belangrijke onderwerpen bespreekbaar te maken, bijvoorbeeld door lezingen en discussies, maar ook met spoken word of stand-up comedy.  Wil je meer te weten komen over de speciale programmering van mei? Of ben je benieuwd naar de evenementen in Studio/K? Check onze facebook www.facebook.com/studiokamsterdam of website www.studio-k.nu voor meer informatie!    Foto: Ella Gijselhart
Issue #024 Published: 01-06-2019 // Written by: Berith Danse
Concertserie Nieuwe Noten Amsterdam serie voor hedendaagse kamermuziek
De concertserie Nieuwe Noten is ontstaan bij gebrek aan een concertserie voor hedendaagse (gecomponeerde) kamermuziek in Amsterdam. Er klinkt nog steeds veel hedendaagse kamermuziek in de stad en in de directe omgeving, maar allemaal in festivals of ad hoc projecten. Wij presenteren in deze serie ideeën en werken van denkers en componisten. We laten jonge musici aan het ‘woord’ en bieden een plek aan reeds bekende ensembles met een (deel)specialisme hedendaagse. Dit alles ten behoeve van ons publiek dat nieuwsgierig is en iets wil horen wat het eerder nog niet kende in een intieme sfeer, waarbij na afloop ruimte is om in gesprek te gaan met de uitvoerenden. Dit publiek – liefhebber van avontuurlijke gecomponeerde kamermuziek – geven we de rust van een vast doorlopende serie met een maandelijkse activiteit. De door ons geprogrammeerde musici komen anders niet aan bod in Amsterdam: zij zijn zelf geen organisatoren en/of komen van elders. Het geprogrammeerde repertoire is het nieuwste van het nieuwste, maar ook werken die geen première meer zijn en absoluut een volgende uitvoering verdienen. Het artistieke team bestaat uit klarinettist Fie Schouten en componist Aspasia Nasopoulou. Zij dragen zorg voor de programmering. Nasopoulou nam in 2016 het initiatief voor de residency ‘Composer’s Treat’, waarbij een componist, met regelmaat ook uit het buitenland, wordt uitgenodigd om gedurende één week te werken op de Buitenwerkplaats. De afsluitende presentatie zal vanaf heden onderdeel uitmaken van de serie Nieuwe Noten Amsterdam. De concerten zijn op zondagmiddagen en bij de wisseling van tentoonstelling in van het Plein Theater. Ook is er dan gelegenheid nog in het Eetlokaal te blijven, na te praten onder het genot van versnaperingen. Het openingsconcert op 22 juni 2019, 16:00 weerspiegelt waar de serie voor staat. Het eerste deel van het concert is de interactieve presentatie door componist Merlijn Twaalfhoven. Hij was te gast in Composer’s Treat residency 2019, wat onderdeel is van Cultureland in de locatie Buitenwerkplaats. Het resultaat van deze week deelt hij met het publiek door niet alleen te vertellen, maar ook de aanwezigen een ervaring mee te geven. Dit alles onder de titel: Praktisch Heldendom voor ieder van ons, de rol van schoonheid, verbeeldingskracht en spel bij de aanpak van wereldproblemen. In het tweede deel van het concert komt modern klassiek werk én onlangs gecomponeerde muziek aan bod, uitgevoerd door het succesvolle strijkwartet Dudok Quartet en een strijktrio met masterstudenten van het Conservatorium van Amsterdam. In dit eerste concert wordt muziek van Nederlandse componisten gepresenteerd, in het komende seizoen gaan we de wereld over. Over de curatoren: Fie Schouten is klarinettiste met voorliefde voor de lage instrumenten en specialiste in hedendaagse muziek. Zij treedt veelvuldig op als soliste en in ensembleverband. Ze werkt veel samen met componisten, zowel met ervaren en gevierde componisten als ook met jonge componisten die zij wegwijs maakt in de rijkdom die een basklarinet te bieden heeft. Samen met componiste Aspasia Nasopoulou is Fie curator van de concertserie Nieuwe Noten Amsterdam, een ontmoetingsplek voor uitvoerend musici, componisten en publiek. Zij is tevens artistiek leider van het Basklarinet Festijn, dat in het najaar van 2018 zijn derde editie beleefde. Over haar meest recente cd Chambery [met kamermuziek voor basklarinet]: “Wat een fraaie waaier aan kleuren en speeltechnieken wordt hier ontwikkeld met steeds de fantastische Fie Schouten als muzikantesk en uiterst virtuoos middelpunt. Ze toont aan hoe aangenaam eigentijdse muziek kan zijn". Fie Schouten is hoofdvakdocent basklarinet aan het Prins Claus Conservatorium Groningen en is gastdocent aan conservatoria in binnen- en buitenland. http://www.fieschouten.nl/ Aspasia Nasopoulou is componist, pianist en docent. Samen met klarinettiste Fie Schouten is Aspasia curator van de concertserie Nieuwe Noten Amsterdam. Ze is initiator van Composer’s Treat: het 'artist-in-residence' programma voor componisten, sinds 2019 onderdeel van Cultureland. Geïnspireerd door literatuur en mythologie van verschillende culturen weet zij een grote mate van intimiteit te bereiken in haar composities. Door toevoeging van dans, video, animatie, decor en kostuums ontstaan theatrale voorstellingen. Hiervoor zoekt ze directe samenwerking met andere kunstenaars. Haar muziek wordt omschreven als krachtig, poëtisch en expressief, maar ook als toegankelijk, open en transparant: "Nooit pathetisch, plat of voorspelbaar. Niet zweverig of spiritueel, niet emotioneel of aanstellerig. Nooit hetzelfde, maar op den duur toch duidelijk herkenbaar. Allemaal facetjes van haar muzikale ziel die ze met haar tonen openlijk toont" (Nathan Tax, blog Meet the Composer!) Ze schreef reeds meer dan tachtig composities voor uiteenlopende ensembles en solisten en haar werk wordt regelmatig uitgevoerd in binnen- en buitenland. Haar werk wordt uitgegeven bij Donemus.   Photo: Marco Borggreve
Issue #024 Published: 28-05-2019 // Written by: Jacqueline
AA Reading group
Join the AA Reading Group! Every two months we organise an evening in which we discuss a particular book. Books include non-fiction about current social political matters as well as new and older literary texts. We read books in English and Dutch alternately. The sessions are open to everyone and free of charge. The first book on the reading list is David Graeber’s Bullshit Jobs. Graeber analyses the phenomenon of the purposeless job that is so widespread as a given in today’s society. Asking what it is like to have a job in which you don’t get to contribute anything meaningful, and why it is that we generally accept the proliferation of these jobs, Graeber offers a way out of the broken system of finance capital in which work has become a mere end in itself. “This book is for anyone whose heart has sunk at the sight of a whiteboard, who believes ‘workshops’ should only be for making things, or who just suspects that there might be a better way to run our world.” There will be no central presentation of the themes in the book. Instead, you’ll discuss your views, thoughts, favourite passages, points of critique and further suggestions informally in a small group. The discussion of David Graeber’s Bullshit Jobs takes place in De Peper (OT301 - Overtoom 301) on Tuesday 25th of June from 20.30hrs-22.00hrs. The venue will need to prepare the space for us, so we ask you to sign up for the event no later than 18th June by sending an email to readinggroup(at)amsterdamalternative.nl  
Issue #024 Published: 24-05-2019 // Written by: Jack Halpin-Doyle
Renegotiation of urban space skateboarding and gentrification
In cities, the effects of gentrification are vast and unpredictable. People become displaced, areas change from residential to commercial, and public urban space becomes increasingly privatised. Just like the effects, the responses and fights against these issues are also varied, whether they are taking place in cultural and activist contexts or by local community groups. One of the cultures, or subcultures, that play an interesting and important role in the fight against gentrification is skateboarding. Skaters have a long and complex relationship with urban space and gentrification. We can see creative ways in which skaters have re-appropriated both public and private spaces. If we take the values and intended uses of office blocks and other corporate buildings, which serve the interest of a small percentage of people and typically give little back to the cities they inhabit, then we can see skater’s interaction with them to be of cultural significance. Skaters use structures that represent the dominance of capital interest and turn them into obstacles on which they perform tricks. It is an act of self-expression and creativity, which in turn adds positively to experiences of space in cities. A notable and valid criticism towards a lot of art is that, however revolutionary or disrupting the message is, it happens within institutions which exclude certain groups or members of the public. Skateboarding as an art form goes tries to remedy this usual state of affairs. By performing in the public realm, skaters bring these ideas of rebellion and fighting against corporate power into the public sphere. Seeing skaters use symbols of gentrification as part of their craft is an important statement against gentrification. Developers can build offices and apartment complexes, which may even include specific anti-skating architecture, but there will always be people who will find alternative and subversive ways of interacting with these structures. However, as well as playing an important role in shaping visible responses against gentrification, we must also consider how skateboarding is also being used as a tool of gentrification. While a lot of skateboarding happens in uncontrolled, public environments, and always will, we cannot ignore the rise of skateparks and their role in reshaping neighbourhoods, especially in the last ten or fifteen years. While skateparks usually arise from a genuine demand and are usually community organised or orientated, there is also the inescapable fact that skate parks are often part of the gentrifying process. One of the ways this is possible is through making traditionally working class areas seem “safe” to both new and potential middle class residents. This process has been dubbed “skatewashing”, through which the opening of skateparks and is used as a marketing tool for the promotion of a particular neighbourhood. Skateparks are often installed alongside playgrounds and football pitches, and while these are positive additions for communities, they also act as markers of a newly “desirable” area. This is a complex phenomenon; while skateparks do act as important spaces where skaters can exist relatively unbothered, they can also signify gentrification and speed up the process of changing a neighbourhood. As well as aiding in the gentrifying process, skateparks also serve to take skaters out of the street and keep them in sanctioned areas. If we are to take skateboarding as a subversive act we can see how skateparks, especially when they come as part of an “up-and-coming” neighbourhood, are used as weapons in the arsenal of neoliberal urban planning. This is not to say that skateparks should not be built, but rather that we should examine the motive that goes behind their construction, the way in which they impact the area they situated in, and how they are incorporated into the city. If we look at London’s famous Southbank skatepark we can see where a local movement, Long Live Southbank, successfully stopped the park’s demolition and got the green light for the construction of a new section. This is the stuff that anti-gentrification dreams are made of: a skatepark being preserved in the middle of one of the world’s most expensive cities. Another good model of a city that has taken new and revolutionary approaches to incorporating skateparks into its cityscape is Malmö. Malmö has skaters that work with the local government, who build skateparks in the city centre, as opposed to the outskirts. Malmö also has architecture that is designed to be used by both skaters and non-skaters alike. This includes sculptures such as Alexis Sablone’s Lady in the Square, which resembles a face that can be used to skate or sit on. This blurring of the lines between purpose-built skate parks and public amenities has a variety of effects. As well as keeping skating in the public realm it also opens up spaces to new interactions between skaters and other inhabitants of the city. Not only does it encourage new relationships to form, it also stops the tradition of skateparks being built away from urban centres and being used as a way to market neighbourhoods, and thus speed up the gentrification process. While skateboarding has been co-opted by corporate interests, there is an essence to skateboarding that can’t be capitalized on, and it is this energy that can make skating such a valuable weapon in the fight against gentrification.   Photo: Nicholas Constant
Online only Published: 21-05-2019 // Written by: TAAK
Social Capital Round Table
What if... Artists around the table for area development 24 May 2019, 16:30 @ LIMA / Lab111 It's broadly agreed upon that artists are important players in urban development. Artists create monuments to what once was, and they create a bridge between an area's original residents and its newcomers. They observe changes critically and poetically. For example, the artist, whether intentionally or unintentionally, can fulfill the role of neighborhood coach, place-maker, connector, and driver of social cohesion for a greater quality of life in new and old neighborhoods. These 'soft values' are difficult to measure, yet ultimately materialize into a tangible increase in the real estate market. But where are artists when negotiations take place, plans are drawn up, decisions are made, and contracts are signed? Do they have influence once the neighborhood has become polished and lifeless? To what extent are they victims of, or on the contrary complicit in, the gentrification of neighborhoods to the tipping point on which consumerism and capitalism reign? Much has been argued about this topic in the art world, and we are therefore using the Round Table on 24 May at LIMA / LAB111 as part of Social Capital for a thought experiment. We propose the question: What if, for one year, the subsidies for art in the public spaces of the Amsterdam-West district are not spent on art projects, but instead on compensation for artists and local residents involved in sitting down at the negotiating table? Not as a sponge to be squeezed dry, but as a recognized participant in the decision-making processes of the municipality and project developers. During the Round Table we discuss the pros and cons, challenges and pitfalls of this plan together with the artists participating in Social Capital #2 in Amsterdam-West: Julika Rudelius, Lyubov Matyunina, bart & klaar, and Tao G. Vrhovec Sambolec. Also attending is senior urban planner Julian Jansen from the municipality of Amsterdam. Prior to the Round Table is the soft launch of the collective blog We> Me.Me. Despite the emphasis on individuality in our time, bart & klaar are curious about 'we'. Their We> Me.Me app offers a daily screen full of images, texts and art works about ‘we’. During the launch, writer Fiep van Bodegom will also recite from a we-column. Round table language: (mostly) English Location: LIMA / LAB111, Arie Biemondstraat 111, Amsterdam Entrance: free Start: 16:30 Register: info@taak.me Afterwards we cordially invite everyone to come to the Pesthuislaan on the WG-Terrein (a five-minute walk from LIMA), where at 19:00 Tao G. Vrhovec Sambolec presents Tuning In - the neighborhood, in collaboration with DNK Ensemble and the residents of Woon- en Werkvereniging WG-Terrein. During this intervention musicians, the public, and residents from their home on the street level of the WG-Terrein jointly intone the musical note 'A', blurring the boundaries between private and public, listener and performer. Until 20:00, followed by drinks, soup and bread at Bar Budapest (cash only). Social Capital The Social Capital Round Table is part of the multi-year art programme Social Capital by TAAK. Amsterdam is expanding rapidly because of economic and social forces. As a result, the public domain is under increasing pressure. Despite regulations, monoculture and commodification, how can we continue to see public space as a place for imagination and adventure? To address this question, TAAK launched Social Capital in september 2018, a programme consisting of interventions, presentations, workshops, performances, videos and installations at unexpected locations in various Amsterdam neighbourhoods.  The second edition of Social Capital starts on 23 May 2019 in Amsterdam-West. Developed by TAAK and LIMA, the programme includes the following participants: Lyubov Matyunina, Julika Rudelius, Tao G. Vrhovec Sambolec in collaboration with DNK Ensemble, and Bart and Klaar. These artists respond to changes in their immediate surroundings with (sound) performances and video installations at various sites in West. Have a look at www.taak.me for the full programme.  
Issue #024 Published: 20-05-2019 // Written by: Katie Clarcke
The New Veganism: Cruel Optimism
Simon Amstell’s 2017 mockumentary Carnage was a breakthrough for the vegan movement. Set in a utopian 2067 where everyone is vegan, it tells a story of how, due to the threat of climate change, society shifted to veganism, and how the older generations are having to “come to terms” with their carnivorous past.  In one scene, a psychotherapist named Yasmine Vondenburgen holds support sessions for former carnists to lift their guilts over carnism. Davina, a patient of Vondenburgen’s, faces the trauma of recollecting that Edam was a cheese she once consumed, and subsequently breaks down in tears. Using humour to promote what has mostly been considered a sub- or countercultural movement, it helped to normalise veganism and indicated the growing interest in - and provided a loving portrayal of - veganism as a cause and a lifestyle. Contemporary documentaries on the likes of Netflix continue to profile climate justice movement. As this topic becomes evermore mainstream and urgent, veganism as a lifestyle choice continues to be promoted as a way that helps an individual “save the planet.” A movement that once took an abolitionist stance, and sought the liberation of non-human animals, has mutated into a pragmatic movement that seeks a sustainable future for humanity. And what better way to sustain the future of humanity than to visit that pricey vegan hipster joint, and post a selfie from there as an Instagram story? In Amsterdam, these types of vegan establishments are on the rise. They offer an ethical alternative to the local steak houses. But they also sign employees up on precarious zero hour contracts, and the high-demand food crops, such as soy, that their products rely on perpetuates the fact that the West  continues to over-consume at the expense of disadvantaged countries. What once was an anti-capitalist collective movement, a punk voice for animal liberation, has taken a sharp right and has become a lucrative strategy for entrepreneurs. Activism has become an accomplice to capitalism. Punk vegans argue that no ethical consumption can exist within the borders of capitalism. You’ll spot their stickers that read “Dier vriendelijk vlees bestaat niet,” Ethical meat does not exists,  on the street lamps of Amsterdam. It all seems a far cry from the graffiti that says “Go vegan or go home!” on the walls of a newly established Vegan Junk Food Bar. One of the results of neoliberalism, and the high individualism of consumer culture, is that  human beings are encouraged to take up Catherine Kaputa’s idea of “you are the brand.” You are an entrepreneur. You are the winner. You are the loser. In conversation with vegan restaurant workers it became clear that to me that those individuals were taking personal responsibility for climate change, or for animal slaughterings, because they felt like an embodiment of neoliberalism. Instead of demanding action from corporate giants, neoliberal individuals grow anti-capitalist ideologies within capitalism, spreading hashtags throughout vegan community, showing off their activist work for brownie points on a CV, and build vegan businesses  that aim to be at least half ethical. In a recent interview, Armain Schoonbroodt, a vegan thinker and founder of VeganAmsterdam.org, envisions a vegan world where all businesses are vegan. He muses that veganism being trendy is useful for the movement, in that it helps to introduce veganism to people that can later adopt a deeper meaning. Whilst this pro-active and pragmatic approach to making waves in society should not be overlooked, it is important to address what can only be described as cruel optimism. Not only are trends short lived, meaning the movement may lose attention sooner rather than later, but a vegan business, like nay business, brings with it the entrepreneurial spirit of competition. Competition leaves little room left for the collective, which has been the primary motor behind the vegan cause for decades now. The longevity of the vegan punk counterculture has been hit by the self-righteous neoliberal leaf blower. If you continue forth with the vegan movement, it is important to ask yourself if you are vegan for the cause or for the commodity?  
Issue #024 Published: 19-05-2019 // Written by: David Benjamin
Ecodorp Ppauw in Wageningen bestaat vijf jaar
In het laatste weekend van maart vierde het ecodorp ‘Ppauw’ in Wageningen haar vijfjarig bestaan. Het dorp ligt in de afgegraven vallei waar zich voorheen het lokale Pieter Pauw-ziekenhuis zich bevond, en wordt omgeven door bossen die uitlopen in de Veluwe. In 2013 is het terrein ludiek gekraakt door een lokale band, aangevoerd door de eco kunstenaar Erik Groen. In de daaropvolgende maanden is stap voor stap goodwill gecreëerd bij de eigenaar, omwonenden en gemeente voor het sociaal-ecologische project. Op het festival kwamen veel puzzelstukjes bij elkaar. Twee dagen lang werd er genoten van alles wat er, ondanks tegenslagen, is bereikt op Ppauw. Het dorp functioneert inmiddels volledig samenvoorzienend, deelt kennis van zaden tot tiny houses, nodigt de regio uit voor het tweewekelijkse eetcafé, en werkt met veel initiatieven samen die zich thuis voelen op het terrein. Naar aanleiding van de verjaardag heeft het ecodorp bovendien een aantal kunstenaars uitgenodigd om een speciaal project op te zetten. Zo konden deelnemers bijvoorbeeld ‘Levend Bouwen’ met Bob Radstake, een van de initiatiefnemers van het Living Village festival in Dalfsen. Een van de laatste vernieuwingen op het terrein is de ‘Rurale Universiteit Wageningen,’ die op zaterdag werd geopend. Deze verfraaide kantoorkeet met ronde tafel – uitkijkend over de vallei - moet het hoofdkwartier worden voor een burger- en studentenbeweging in Wageningen die de universiteit weer dichter naar de gemeenschap trekt. Het stadje van 38.000 inwoners kent al een enorme Levenswetenschapuniversiteit, maar sinds deze is verhuisd uit het centrum van de stad naar een hypermoderne campus lijken stad, land en universiteit steeds verder van elkaar vervreemd te raken. Gelukkig ligt Ppauw al op een enorme natuurlijke campus om te leren van mensen, bomen en dieren. Wie langs wilt komen op Ppauw is van harte welkom op het tweewekelijkse eetcafé . Maar ook voor individuele bezoeken, overnachtingen of projecten is er plek. Stuur dan even een mailtje naar info(at)ppauw.nl Foto: Mali Boomkens
Issue #024 Published: 17-05-2019 // Written by: Pablo van Wetten
An Interview with Jeffrey Babcock
Ext. A bench in front of the Athenaeum Bookstore - Day Jeffrey and Pablo have known each other for years, and whenever they run in to each other they find a wall to lean against, or a bench to sit on, and make some time to shoot the breeze. This is the first time they have actually arranged to meet ahead of time. Fade in, mid conversation. Jeffrey I always pay with cash because I feel every time you pay with a card you are voting for a cashless world. What they really want is a cashless society because once that happens we’re fucked, they can monitor every fucking little move you make and in reality you don’t have money anymore. It’s the bank that has the money then and allows you to have some, but if you have cash you can... Pablo Bury it… Jeffrey Yeah Bury it whatever you want to do with it, and it also creates an alternative economy in the city. You know if everything is totally official we’re kind of screwed... So I refuse to go to places that demand you can only use a card. The Eye Filmmuseum for example (laughs). I went there once and the computers broke down, and since they didn’t allow people to pay with cash, everything was blocked. People wanted to see the movie, but they could not see the movie. Pablo So they should’ve made the movie screening free and everybody would have had a good time right? Jeffrey Definitely, that’s what life is about, that’s what this city used to be about, having a great time! I came to Amsterdam in 1985 and there’s a big difference between the city then and now. Just yesterday there was some great news though. There is a squat called the Klokhuis on the Zeeburgerpad over by The windmill in the east. Well, they got an eviction notice. I showed a movie there before the eviction date, but they decided to take it to court and that’s not easy to do actually. First of all three people have to sign their names to the complaint, and of course they go on the shit list with the government… they don’t make it easy for people. And then yesterday I found out they won! First time in the last 10 years that squatters have won a court case, and I was really supporting them because even if the odds are totally against you, you might get a good judge one time, and if you win the case you have a precedent to go by in the future.... So let’s jump to London 1984 where I was arrested on ridiculous charges and I even spent some time in prison before I got out on bail. So I was forced to live in London waiting for my trial. One day I had to go to a little hearing with a judge, and the judge looked at the papers and said there is no evidence at all for the accusation, and then the judge says “Everybody’s free to go.” My lawyer said there was no chance of this happening, legally yes it’s possible, but he had never seen it happen. Then I found myself speeding across London in my lawyer’s car, and so then I learned you never know what’s going to happen next. You should always go for it and be as strong and positive as you possibly can, even if the odds are totally against you. And so that’s how I felt with these squatters also, it’s really great that they took it to court. I think it’s wonderful. Pablo That’s fantastic. Is that the place that was going to be torn down anyway so they might as well let the squatter stay there for the remaining two years? Jeffrey Yes I believe it’s two years. At the same time, it was a judge, a single person, maybe one of those old-school Amsterdam people in the system still, and so it wasn’t a decision of Femke [Halsema, the mayor of Amsterdam]. If it was up to Femke I believe they would be out. The city of Amsterdam is trying to  eradicate as many alternative spaces as possible. So in terms of squatting they don’t even want people to stay in a place even if it’s going to be torn down in two years. They don’t want positive examples of people doing things in alternative ways. They don’t want examples of people doing things outside of the marketplace in the city anymore. Pablo In all the years I know you you have seem to really have focused on that single point more than anything else, the disappearing alternatives. Jeffrey Yeah, well Amsterdam used to be a city of alternatives. Pablo Is that what drew you to the city? Jeffrey Yes, alternatives were the mainstream in Amsterdam. And alternative isn’t a single direction, it’s about diversity. And we’re not talking about diversity only in terms of gender or skin color - we’re talking about diversity in radically different ways of living. Amsterdam was great because people could move here and jump into the city and live here even if they had no money. There were two economies in Amsterdam in the 1980s: one was the official economy which is all around us right now, and you could choose for that option; but you could also live in a cashless society. That’s really a cashless society, if you can live with no money (laughs), in a positive way! A huge part of the city was squatted, so people without money could come and live here and not worry. Pablo How would you describe the movies you show? Jeffrey I feel that every film I show is absolutely unique. I focus on films that are disappearing. So my criteria is basically to save these forgotten films and get them screened for at least one night… There is darkness you know, the darkness of the internet, the overloading of information. Because people can’t see their way through it they just gravitate to what they all already know, and so my film screenings are a way of interrupting that situation and therefore they function as a sort of filter. If people want to take a chance and see something different then they can come to my nomadic cinema. Pablo And to see movies together. Jeffrey Right. Collectively, not like some lonely motherfucker on their laptop. Pablo Also Jeffrey I’m a big fan of your mailing list can you talk about that Jeffrey Well the mailing list is based on friends telling friends, so there is no website, there is no social media, there is no advertising. It’s all based on friendship and it’s grown tremendously. The history of cinema is very rich and what is playing downtown, especially in relationship to superhero movies and everything, is becoming so narrow in terms of content but also in terms of style. And so let’s go back into the history of cinema and look for other possibilities because there are so many. So what’s fresh now is going back to look at those films because they are bringing something new to you. I also want my audience to be roughly equal in terms of gender, so if for instance I notice there are less women coming, that means something to me, and I have to change the programming... On the square in front of the bench our two friends watch a worker load heavy barrels into a truck, he seems to take pleasure in making as much noise as possible. On the benches around the plaza many people sit staring at their mobile phones. An Italian tourist with red eyes eats a chocolate muffin. There is a nasty wind; it’s almost too cold to sit outside. Pablo Do you consider yourself a champion of the underdog? Jeffrey Well, for me a city is built on diversity and poor people are a part of that diversity. You can’t just put them in a ghetto on the outskirts of town on the other side of the fucking highway and then just clean up the entire center and expect it to be a livable place. It won’t be a living place, it will be like a museum, a sort of a dead zone. If you go to Paris, the centre is largely dead, you can feel something has been ripped out. For instance, Le Marais is a quaint area but you just feel it’s dead. Everything is well painted on the surface, but the atmosphere and the energy... everything is dead about it. And so this is also what they’re doing to Amsterdam, they’re killing the spirit, they are killing the creativity, they’re killing the artistry, they’re killing the history. You know this city still has it, it’s still there. They haven’t smothered it out totally and that’s why we have to tap into those aspects and bring them back to life again. They are like embers and if you fan them you can make them come to life again. And in terms of people at the bottom I really respect them a lot. For instance the people at the Zeeburgerpad. I offered them some money because I knew they had court cases coming up and they didn’t even have heaters last winter, and they said, “well you know if we really need money we will come to you but we would rather fix it ourselves, we can always go to the junkyard, find some old heaters, repair them and install them ourselves.” And I thought to myself, yeah, that’s right, if you can do it yourself you should always do it yourself, and you can apply that to the filmmaking process also. You don’t necessarily need a subsidy, you can work outside of that system also. We have too many artists now just filling out paperwork, trying to get money from the government, to allow them to be creative, supposedly. But creativity is a part of life. Pablo Amen Jeffrey (Laughs) Pablo We almost forgot to mention the places you show films... Jeffrey You know I’m showing movies four or five times a week. And once again the cinemas are based on diversity, so I think the places are very different from each other. It’s hard for me to say which one I like the most because what I like is the difference between the places. For me that’s the strong point of the cinemas. I have some steady places at the moment but at the same time I’ve had a lot of places that have come and gone over the years and I can’t even begin to describe all the places. From churches to offices and everything in between. I feel Cavia’s film programming is getting sharper all the time. Most lately I am showing movies at the Paleisstraat and that’s important for me because it used to be a crucial squatted art gallery called ‘Aorta’ back in the 1980s, so for me it feels like home in that space. Pablo turns off the recorder and the friends decide to move to a cafe to warm up a bit. Through the window, they can be seen to be talking but they can’t be heard. Instead: the sounds of the city. Cars and pigeons, bicycles and the wind. Their view is blocked by a young woman taking a selfie. She seems pleased with the result. ------------------------- Jeffrey Babcock is a film programmer, writer, and cultural activist. He is the recipient of the AFK Amsterdam prijs voor de kunst 2019. Pablo van Wetten is an Amsterdam based multimedia artist and performer.   Photo: Lorelei Heyligers  
Issue #024 Published: 13-05-2019 // Written by: Yuka
Een verhaal onderweg
De ezel heette Bunkers, maar meestal noemde ik hem paardje. Onderweg zoek ik de balans tussen een reizend bestaan en de zombificatie genaamd huisjebaantjestatisch. Marokko is een land waar ik de laatste 6 jaar graag kom. De paradox van westers en traditioneel menselijk is er groot. Daarnaast kan ik, zonder te vliegen, gemakkelijk het Afrikaanse continent bereiken. Vliegen: ik haat airco’s, ik haat douane (met die vieze glimlach van ze). Ik haat de Boeing Tijdmachine maar de voornaamste reden: ik reis met mijn hond, hoop gedoe. Ze heeft verlatingsangst door haar verleden dus kennels zijn ingrijpend voor haar. Deze winter moest mijn reis in het teken staan van creativiteit, theater en diep gaan. Een jaar lang heb ik lopen broeden op mijn plan. Maar een plan bestaat amper vooraf: pas na ‘t slagen ervan kan het in de boeken. Vanaf dag liep ik vast. Domme pech, het mislopen van partners in crime. Meer dan ‘n maand heb ik geprobeerd de idee-fixe kapot te maken. De eerste lift bracht me naar midden atlas. Franse toeristen. Ik zag de bui hangen te vervallen in een rondje highlights. Essouira? Geeft me niks dan souvenirs. Epische waterval? Louter zwaartekracht. Ik zocht input, autonomie en vooral ‘n verhaal. Ik voel me vaak leeg. Zoals de woestijn. Ik was het denken zat en bedacht: misschien is dit ‘t aller domste of ‘t aller tofste besluit dat ik nu kan nemen. En zo geschiedde. Het werd iets er tussenin. Overigens, we hebben alle 3 gelopen. Hondje vooraan, dan de ezel, daarachter ik, als menner. Tegen welke moeilijkheden liep je aan onderweg? De eerste dagen had ik veel problemen met het juist bepakken. Het gewicht hangt op beide flanken en n beetje asymmetrie in de verdeling verkleint zijn actieradius aanzienlijk. Lees: hij kan dan niet goed lopen, of de bepakking valt van de rug. Ik denk dat de meeste mensen die net zo onnozel op pad gaan als ik heb gedaan na 1 dag er mee zouden kappen. Na een dag of 5 ging het vrij lekker en kon ik grote delen van de dag genieten. Ook al zat ik er s’avonds totaal doorheen. Dat vind ik niet erg, juist wel fijn. Mits er niemand om me heen is. Ik ben introverte, soms antisociale jongen. Ik houd van mensen; haat ze met heel mijn hart. Er doorheen zitten blijft. Zolang je hele dagen met een ezel werkt. Aan t eind van de dag kom je vast en zeker in dorpen terecht. Ik kon niet meer praten, wilde de dieren en mezelf voeden en slapen. Ik liep door dorpen waar bijna geen toeristen komen. Elke westerling trekt bekijks. Je kunt raden wat de reactie is als het cirkus ‘viking-hond-ezel’ de dorpsgrenzen aandoet. Kinderen komen uit alle richtingen aanrennen en soms is dat wat grimmig. Je hond wordt uitgedaagd, geplaagd, bekogeld met stenen. Wat doe je er aan? Dóórlopen. En hopen dat ze snel afhaken. Maar ook schatten van kids, eigenlijk de meesten. 5 kilometer meewandelen tot je langs hun huis loopt waar de hele familie staat te wachten. Mijn flessen met water vullen, vers warm platbrood toestoppen. Hartverwarmend. Ik heb er spijt van weinig tijd te hebben gestopt in sociale banden. Had ik anders moeten doen. Al weet ik niet hoe, het is zwaar je zit er doorheen, je wilt niks meer. Maar het grootste probleem was de Shareef, security, politie. Ik liep 2 maanden na de vondst van 2 onthoofde toeristes in ongeveer dezelfde regio. Ja. Kan ik toch ook niks aan doen. Dat die daar lagen. Heb ik toch niks mee te maken? Als het aan Koning Mohammed ligt is de Toerist koning in Marokko. Koningen krijgen bewaking. 24/7. Ben je bij mij aan ‘t goeie adres. Ik werd gek. Echt. De eerste dag dat ik ermee te maken kreeg was bij ’n stad. Ik zag het nog als een grap: keurig geuniformeerde agenten ‘n bergje op laten rennen, omdat ik boven aan met ezel en al sta te doen alsof ik er wil kamperen. Hijgend, puffend de longen uit het lijf. ‘non possible’ zuchten ze uit. Dan niet, ik grinnik wat. Loop naar beneden en vervolg de tocht. De agenten stappen in hun agentenwagen, laten ‘t zwaailicht zwaaien en in uiterst voorspelbare donutloops wordt ik in de gaten gehouden. Koud kunstje om er tussenuit te piepen, zelfs met ezel. Maar voor hun is het geen grap. Elke toerist moet veilig zijn. Dat is hun werk. No matter what. Ze vinden je wel. Voor mijn eigen veiligheid. Een antiterreuragent naast mijn tent, heel de nacht. Die je tot 3x toe wakker roept: “meneer, gaat alles goed?” Het werd héél surrealistisch. Na 1 maand dag en nacht te worden gevolgd. Ik werd gek. En daarnaast je komt niet echt in contact meer met anderen. Beveiligers, de meesten zijn echt prima kerels. Met sommige had ik vrienden kunnen zijn maar dat lukt niet, ik kan dat niet, het stagneert in m’n hoofd. De context is politiek, mijns inziens. Ik wist niks. Ga soms liever hard op m’n bek en leer dan snel in plaats van dat iemand me wat verteld. Niet zo effectief, in dit verhaal. Je moet het dier opbouwen, klaarstomen voor de reis. Dit kost voorbereiding. Wil je het goed doen. Ik deed maar wat. Werd opgejaagd, kon niet meer helder denken. Er komt meer bij kijken dan hoefijzers. Een ezel is een ezel en een paard niet. Vunzig. Ik walgde soms van hem. Een ezel loopt niet precies die kant op die jij wilt. Zachtaardig drijven is wat je doet. Wat is het mooiste moment wat je hebt meegemaakt tijdens je reis? Dat is een hele moeilijke vraag. Zo veel, zo veel. Ik kan niet echt 1 ding noemen, daarmee degradeer ik de andere hoogtepunten. Gewoon alleen met je beesten trekken en kamperen. Het is een sprookje. Een hallucinatie. De dieren die je tegen komt. Je ziet alles. Vanuit de auto is ‘t eigenlijk maar een flits die amper telt. Raad je het iemand aan? Niet zonder een fatsoenlijk plan. De theoretische en realistische kant is een stuk ingewikkelder dan ‘t lijkt. Wil je het echt verantwoord doen kost het een hoop extra tijd en energie.  Gewoon de belangrijkste know-how. Gebalanceerde voeding, de juiste medicatie. Neemt men niet zo nauw in Marokko. Dus wat ga je doen. Wat voor relatie ga je aan met het dier. Gaandeweg wordt ie sympathiek hé. Wat als je wordt over vallen door sentiment? Of dat van je vrienden? Het lijkt allemaal heel romantisch maar het valt ook vies tegen. Er zal veel gestoken moeten worden in het prepareren van de ezel voor de reis. Rustdagen, zonder de routine te breken, en/of opnieuw opbouwen. Ik heb het verkeerd aangepakt. Het opbouwen onderschat. Een groot punt voor velen zal zijn: Wat te doen met het dier na afloop van de reis? Ik spreek nu over een tocht van weken, niet dagen, zoals ook in georganiseerd verband bestaan. Na een week intensief werken met de ezel wordt het wel echt jouw dier. De dagen ervoor. Tsja. Hoe het nu met de ezel gaat is altijd wat lastig te zeggen. Op afstand. Ik ben niet meer in het land en hij wel. Ik denk dat het met hem gaat zoals het gaat met een niet zo oude, fitale ezel in Marokko. Werk aan de winkel. Ik heb hem aan ‘n man verkocht op een dorpsmarkt in de Drâa-vallei. Een uiterst vruchtbare groene strook die grofweg vanuit de woestijn naar zee loopt. Hier is veel agrarisch werk op de Berberse akkers. Houtdragen. Of gesneden gras voor het vee. Dadels. Vervoer voor de vader om dochtertjes s’ochtends naar school te brengen. Van dat soort dingen. 100% weten zal ik het nooit hoe het Bunkers vergaat. Ik zal hem nooit meer zien. Hoeft ook niet. Ik heb afstand van hem gedaan. Dat is de relatie die ik vanaf het begin met ben aangegaan. Dat maakt het absoluut niet direct een makkelijke opgave. Heb je verder nog plannen met dit verhaal? Je zei eerder dat je er misschien een kinderboek van wilde maken? Ik ben nog aan het broeden op een goede manier om de reis te verwerken. Een kinderboek is waar ik naar toe zou willen. Moet het zien. M’n materiaal laten rusten. Overpeins de fouten die ik heb gemaakt. Er valt nog veel meer te zeggen. Er valt nog veel uit te zoeken. Ergens mis ik het sprookje enorm en de kans is dat er een vervolg komt. Of het dan weer een ezel wordt, in Marokko is de vraag. Misschien wordt het een paard en Roemenië. Of de U.S.A. Het verhaal voelt nu nog veel te dun voor een kinderboek. Al kan ik paginas vullen met gebeurtenissen. Combinatie met nomadische tradities? Dingen waar ik over denk. Dat zou zo maar jaren vooronderzoek in reisvorm kunnen betekenen. Ja. Wat ik al zei, het moet even rusten.    
Issue #024 Published: 12-05-2019 // Written by: Femke Ravensbergen
Vrijplaatsenakkoord ingediend als raadsadres
In de vorige editie van deze krant, vertelden we dat we met behulp van vele medeschrijvers en adviseurs uit (voormalige) vrijplaatsen aan het Vrijplaatsenakkoord werken. Het schrijven van het Vrijplaatsenakkoord is een soort uit de hand gelopen ‘nu willen we echt iets veranderen’ actie die begon tijdens het organiseren van de ADEV (de jaarlijkse muzikale underground parade door de stad). We houden je graag op de hoogte van de ontwikkelingen. Bij deze deel II. Afgelopen woensdag 17 april was het zover. We hebben het Vrijplaatsenakkoord, nooit af en nooit zo perfect als we wilden, aangeboden aan de gemeenteraad van Amsterdam. Geflankeerd door De Vliegtuin (vrijplaats in Noord) en Bajesdorp (vrijplaats naast de Bijlmerbajes). We hebben het Vrijplaatsenakkord ingediend als raadsadres. Zo heet dat dan in bestuurlijke termen. Dat betekent dat de raad het officieel in behandeling moet en gaat nemen. Dan krijgen de politieke partijen tijd om het te lezen en er in de volgende raadsvergadering over te spreken met elkaar. Het hoogst haalbare is dat ze erover in debat gaan, hebben we ons laten vertellen. Wat ons betreft is het hoogst haalbare dat ze de hele inhoud een op een overnemen. Of nog beter: dat ze dit voorzetje gebruiken en nog betere ideeën gaan verzinnen dan wij deden. Hier mogen we ze gelukkig een handje bij helpen. Er is inmiddels een officiële opdracht gegeven door de gemeenteraad om beleid te maken voor vrijplaatsen. Kan dat wel? Beleid voor een vrijplaats? Betekent een vrijplaats niet juist een plek zonder beleid? Goeie vraag. Een inspirerend voorbeeld horen we van de Vliegtuiners over het beleid van de nieuwe activistische burgemeester van Barcelona. Maar ik dwaal af. Punt is dat we zijn uitgenodigd op 17 mei om onze voorstellen uit te komen leggen bij het team dat deze officiële raadsopdracht gaat uitvoeren. For your information: het officiële gemeentelijke vrijplaats-beleids-team staat onder leiding van Maurits de Hoog, stedenbouwkundig ingenieur en langgezocht senior bureaucraat om dit varkentje te wassen. Maurits wordt geholpen door Julian Jansen, ook wel bekend als bestuurslid van de OCCII. Zij worden weer geassisteerd door Eline Splinter. Onze verwachtingen zijn hooggespannen. Behalve praten over onze voorstellen, vertellen we ze graag dat ze bij alle vrijplaatsers in Amsterdam langs moeten om zich te laten adviseren. Laat ons weten als je uitgenodigd wil worden. Dan lobbyen we ook daarvoor! Meer info: www.vrijplaatsen.nu
Issue #024 Published: 11-05-2019 // Written by: Peter Bruyn
OUT NOW: V/A - Four Corners Of The Globe, live at OCCII
Music without constraints. In times when every aspect of life seems to be a ‘product’, it is difficult to imagine that for centuries music was made for a different reason. That music was a way for people to express themselves and their feelings about the world they lived in: their joys, their desires, their anger and pain, without an ulterior motive. The musician and the author, the painter and the actor were the jesters and critics of their times, holding up a mirror to society. Or they simply added to the fun and the party atmosphere. But never on command, even though they were paid for their service. They held on to their freedom. For artists, freedom is the highest goal. ----------------- “Summing this record up myself (but all together), it’s a great representation of the club itself. As a standalone listen it’s also a real grower, and worth hunting down.” Richard Foster ----------------- Things changed since the industrial revolution and capitalism turned society upside down in the 20th century. So-called ‘popular music’ no longer was spontaneous folk, jazz or classical tunes that just happened to become popular with people, but became the music created by the entertainment industry on the basis of templates for sentimentality and amusement. Still, genuine folk music has never completely disappeared. Real spontaneity always perseveres. Not only among the musicians but also among their audiences. And although many theaters and stages became part of the big commercial entertainment network, there will always be places where different music can be heard. Music made by free spirits, for free spirits. It happens worldwide and in an extensive network. In an interview, Zea and The Ex singer Arnold de Boer once described it as an “international cultural subway system with stations all around”. OCCii in Amsterdam has been one of these stations, for more than 25 years. It’s a free port for all kinds of music that do not fit the commercial entertainment template. And it is clear - they won’t be mainstream pop. It’s folk and grassroots music from around the world. It’s jazz and improvised music, rooted in freedom. It’s punk, based on anger and spontaneity. And that is precisely the music presented on this LP, recorded at OCCii and other cultural oases in Amsterdam. Like freedom, music doesn’t have constraints. The record opens with Zea and Afework Nigussie, a Dutchman and an Ethiopian, singing a topical American folk blues song from the early 20th century. Then Les Filles de Illighadad from Niger and Ghanese kologo champion King Ayisobo take over, simply to prove that music is a language that is understood all around the world. Improvisation-based rock band Kurws from Poland presents a piece from their album ‘Alarm’, anticipating the B side of the LP, which opens with a fifteen-minute explosion of energy and creativity by Cinema Soloriens. Filmmaker and musician James Harrar and Marshall Allen – the cosmic Sun Ra’s musical right hand for almost half a century – with the help of a few more like-minded souls, aim straight for the stars in ‘The Man who Married the Moon’. The record ends with a few drops of healthy, undiluted punk. Rhode Island’s Dropdead and Dutch veterans LäRM with former Rondos frontman Johannes ‘Red Rat’ van de Weert as a guest singer. ‘Every day is a new start’ says Rooie Waas’ Gijs Borstlap. It’s something to remember. Like Dropdead singer Bob Otis’ says on this LP: ‘If one voice can change the future, then what can a hundred voices do? Or a thousand?’ In other words: Do it yourself, all together. Released by OCCII together with Red Wig, Makkum Records and Rebel Up! Records www. occii.bandcamp.com/releases www.occii.org www.rebelup.org www.redwig.org www.makkumrecords.nl
Issue #024 Published: 09-05-2019 // Written by: Eveleen Hamers
Verbinden in plaats van polariseren: Building Conversation Amsterdam
Kunstenaarscollectief Building Conversation staat vanaf 3 mei elke vrijdag op straat in Amsterdam. Bij de houten pop-up bar laat het collectief zoveel mogelijk mensen met elkaar in gesprek gaan, en organiseert verdiepende gesprekken, waarin wordt geëxperimenteerd met alternatieve manieren van gesprekken voeren. Building Conversation: juist nu Demonstraties en protesten, verkiezingen en de gentrificatie bewegen en verdelen de stad. Juist nu is het belangrijk om in gesprek te blijven, en om na te denken over hoe we dat gesprek voeren. Building Conversation begon vijf jaar geleden toen theatermaker Lotte van den Berg en kunstenaar Daan ‘t Sas op Oerol de vraag: “als we samen iets gaan maken, wat is dat dan?” aan het publiek stelden. Meedoen in plaats van toekijken, was het uitgangspunt. Het gesprek over die vraag bleek interessanter dan de uitkomst. Sindsdien is Building Conversation uitgegroeid tot een internationaal collectief van kunstenaars, activisten en denkers die een fascinatie delen voor wat er gebeurt wanneer je samenkomt in gesprek. Gespreksvormen De afgelopen vijf jaar ontwikkelde Building Conversation verschillende gespreksvormen, geïnspireerd op wetenschappelijke theorieën en praktijken uit andere culturen. Door het gesprek op een andere manier te voeren dan gewoonlijk, ontstaat de mogelijkheid om een gespreksonderwerp anders te benaderen. Het gesprek wordt een andere ervaring, die je even uit de dagelijkse realiteit tilt. Tijdens Building Conversation Amsterdam kan je meedoen met een aantal van deze gespreksvormen: Gesprek zonder woorden Wist je dat 60 tot 80 procent van onze communicatie non-verbaal is? Wat voor gesprek heb je als je de woorden weglaat? Tijdens het Gesprek zonder woorden ervaar je wat je kunt communiceren door alleen je ogen te gebruiken. Parlement van de dingen Wat als dingen een stem hadden, wat zouden ze dan wensen, wat voor wetten zouden ze maken? Een paar jaar geleden kreeg een rivier in Nieuw-Zeeland officieel mensenrechten. Wat voor mogelijkheden ontstaan er dan? Tijdens Parlement van de dingen krijgen bergen, snelwegen, koeien en bomen een stem en bespreken samen met de mens de stand van zaken op Aarde. Samen denken – experiment Volgens natuurkundige David Bohm is ons denken een collectief proces. “We denken nooit alleen, al ons denken is verbonden met het denken van anderen.” Wat gebeurt er als we ons realiseren dat onze gedachten met elkaar verbonden zijn en op elkaar reageren? Hoe communiceren we dan? Agonistisch gesprek We gaan teveel het conflict uit de weg, volgens politicologe Chantal Mouffe. In het eerste gedeelte van het Agonistisch gesprek zoeken we daarom eerst de extremen op en laten die tegen elkaar botsen. Daarna erkennen we dat iedereen ondanks de verschillen dezelfde lucht inademt en bespreken we hoe we samen stappen kunnen zetten, zonder dat het ten koste gaat van de verschillen. Building Conversation in Amsterdam Iedere vrijdag in mei staat Building Conversation op het Javaplein in Oost, in juni / juli op het Mosveld in Noord. Op straat kan iedereen die langsloopt in gesprek. Tegelijkertijd volgt een kleine groep mensen een. Building Conversation sluit de periode in een stadsdeel af met een finaleweekend waarin twee dagen lang gesprekken op straat en verdiepende gesprekken binnen plaatsvinden. Hier kom je samen met een groep (nog) onbekenden, om samen het effect te ervaren van een experimentele gespreksvorm. Deze gesprekken worden begeleid door de kersverse gespreksbegeleiders, die de training hebben gevolgd. Deelnemers bepalen zelf waar de gesprekken over gaan. Eerder hebben we gesprekken gevoerd over wit privilege, klimaatverandering, Europa, microagressies en democratie. Programma Javaplein 3, 10, 17, 24 mei: gesprekken op straat en training 11:00 – 17:00 31 mei en 1 juni: finaleweekend: gesprekken op straat van 13:00 – 20:00, verdiepende gesprekken van 15:00 – 19:00 Mosveld – in samenwerking met Over het IJ Festival 7, 14, 21, 28 juni: gesprekken op straat en training 5 en 6 juli: finaleweekend Mosveld: gesprekken op straat van 13:00 – 20:00, verdiepende gesprekken van 15:00 – 19:00` 12 en 13 juli: finaleweekend NDSM: gesprekken op straat en verdiepende gesprekken op het festivalterrein van Over het IJ Festival (tijden volgen nog) Over Building Conversation Building Conversation Amsterdam wordt ontwikkeld en uitgevoerd door Peter Aers, Lotte van den Berg, Mijs Besseling, Saar van Blaaderen, Jörgen Gario, Yola Parie, Daan ‘t Sas, Elias Simonse, Obiozo Ukpabi, Hein Jan van der Veen en iedereen die mee komt doen. Website Foto: Kris Dewitte
Issue #024 Published: 06-05-2019 // Written by: Sebastian Olma
Ideology and the city: De Zwijger as an-aesthetic interface
Unseeing the City In China Miéville’s 2009 novel The City and the City, a murder mystery unfolds in a fascinating dystopian cityscape. There are two cities, Beszel and Ul Qoma, separated by a tightly controlled border. The former East and West Berlin might come to mind. However, what’s different about Beszel and Ul Qoma is that they are not divided by a physical wall or fence but by a complex psycho-geographical demarcation. The two separate cities are in fact superimposed on one another, with their urban fabric tightly interwoven. In certain parts of the metropolis, a neighbour within physical proximity, could in fact live as a citizen of the other city, while the downstairs shop might also exist on the other side of the border. In order to make such a complex and multifarious border operate, one needs something as malleable as the human psyche to intervene and this is exactly what happens in Miéville’s novel. From early age, the inhabitants of Beszel and Ul Qoma are instructed in what is called “unseeing”: they have to train their perception in such a way that they only see what’s happening in the space demarcated as their city. There are specific codes, colours and styles that are indicative for a person, a car, a shop and so on to belong particularly to one of the two cities. The citizenry of Beszel and Ul Qoma have internalized these codes with flawless perfection: each population see their city and their city only. The rest fades away to a dim background blur, effectively unseen. While it speaks to the prodigious imaginative talent of Miéville to pull off a nail-biter in this near impossible absurd setting, his dystopian cityscape is fascinating for yet another reason: it reveals a formula according to which ideology functions today. Perhaps its most obvious articulation can be found in the mobile interface and its radical impact on the way we perceive ourselves and the world around us. Consider, for instance, how we navigate through urban space: the GPS-supported map in the palm of our hand has merged with the territory and our sense of place, causing a partial unseeing of our life world. It doesn’t end here, of course. The mobile interface has submitted a previously diverse array of social practices – from listening to music, to taking a photo or finding a partner – to the same regime of gestures and habits that effectively dissipate a good part of the quality of life. The screen makes us also unsee the brutal regime on which the interface is built, the exploitation, the relentless extraction (of data and resources), the behavioural control of our lives and so on (the politically toxicity of a product such as Fairphone lies exactly in feigning to be an ‘interface for good’, thus symbolically whitewashing the corporate ecosystem in which it participates). Interface and An-Aesthesia In a recent Amsterdam Alternative talk, the US-American culture critic Brian Holmes argued that the ubiquitous use of mobile interfaces has led to an alarming cultural shift. He speaks of the emergence of an ‘interface aesthetic’ that amounts to a cultural an-aesthesia with regard to the great political challenges of our time. “The developments of cybernetically managed communications technology since the emergence of ubiquitous computing”, Holmes argues, “have shown the possibility of a thoroughly affective euphoria of mobility, perceptual agility, expressive virtuosity, and relational fluidity amidst steady progress toward complete ecological breakdown.” Yet, while the ongoing climate change protests by post-Millennials around the world could perhaps be seen as a first crack in the screen, there are aspects of neoliberalism’s ideological interface aesthetic that remain enigmatically intact. This is specifically the case in our own city. If we want to understand the current transformation of Amsterdam from a socially diverse, culturally exciting habitat for its dwellers to an increasingly homogeneous playground for financial investors, real estate speculators and the tourism industry, Miéville’s collective unseeing and Holmes’ interface an-aesthesia are absolutely crucial. Consider the havoc that unchecked gentrification continues to wreak in our city. Without illusions or fully endorsing it, we are aware of its effects: unaffordable housing, displacement of low and middle income households, and exploding rents driving an entire generation of local youth and university graduates, together with small businesses and even doctors, out of town. Those with enough interest in the matter are aware of the drivers behind this development: neoliberal deregulation and financialisation of the economy has led to a staggering accumulation of financial capital that is in constant search for investment opportunities. Thanks to low interest rates, real estate is where investors prefer to put their funds, driving up property and land prices. Add to this ‘innovative’ digital business models such as Airbnb and top it up with cheap air travel and you get a city suffocating on the approbations of neoliberalism. Financial Vandalism in the Capital of Innovation Amsterdam shares this kind of distress with cities all over world. What makes our city stand out is the glaring absence of political courage to effectively deal with this situation. There are many ways in which city governments can intervene to put a stop to the vandalism of financial capital. New York has recently filed a $21 million lawsuit against a group of real estate brokers who ran an illegal Airbnb empire throughout Manhattan. Barcelona is severely restricting Airbnb’s operation and has stopped hotels from being built in the city centre. In Berlin, a social movement is organising formidable demonstrations demanding the expropriation of anti-social investors; a corresponding petition has attracted tens of thousands of signatures. The mayor of the town of Tübingen in the German South is threatening investors with confiscation if their property is used for speculation. Some steps are being taken in Amsterdam as well. The city government requests 40 to 80 per cent of new real estate developments to be social housing for low and middle incomes. However, as long as housing corporations are acting as market players, it’s hard to see how this is going to happen. Amsterdam has also begun to impose substantial penalties for illicit business activities around Airbnb. That’s a start, but not nearly enough. Contentiously, there’s an official stop on the building of new hotels that is a total sham, as new hotels are erected incessantly all over the city. Again, what’s missing is the political courage to radically break with the functional logic of the housing and real estate market, the tourism industry, the energy market and so on that monopolises social resources. One of the reasons for this lack of nerve lies in the machinations of a coalition of political functionaries, smart entrepreneurs and cultural opportunists who were able to install an an-aesthetic interface in Amsterdam that has effectively highjacked the city’s public discourse through short-term and small-scale pragmatic concession. Instrumental in this operation was Pakhuis De Zwijger along with the Amsterdam Economic Board and a network of smaller institutions. What they have achieved over the course of the past decade is to create a colossal programme to permanently manipulate the city’s collective vision in such a way as to systematically unsee the political dimension of every societal problem. Where in the past, people would see social injustice, power inequities or exploitation, De Zwijger & Co taught us to see wicked problems, design challenges, opportunities for innovative business models, Big Society projects and Smart City programmes. One of the celebrated successes of this coalition was Amsterdam’s 2016 nomination as European Capital of Innovation. As the marketeers of IAmsterdam, enthusiastically exclaim on their website: “Amsterdam serves as an example to the rest of the world when it comes to using innovation to solve urban issues.” Yet, innovation is not equitable to politics. By instilling economic and cultural populism, it performs the task of implementing the neoliberal zeitgeist. The network around De Zwijger indeed has an impressive track record in this respect. Amsterdam was a forerunner in adapting the so-called creative city policy (the use of culture and the arts for the purpose of gentrification), a policy that even its intellectual forebear, Richard Florida, considers to be one of the crucial causes of the current urban crisis.      The Creative City and the Rise of the Populist Right Make no mistake; there is nothing neoliberalism detests more than the composition of schematic democratic politics, understood as the meaningful debate about the direction in which a society should move, followed by a collective decision leading to rules, regulations, and of course, legislation. By pretending to provide an authentic, open forum for all citizens, De Zwijger and its exposed network of agents successfully managed to degenerate the public debate to the now dominant articulation of ‘interests’, smartness and innovation. This is an illusory, however dangerous achievement. The dire consequences of this system can be observed for instance when the former director of the Green Left Party think tank, Dick Pels genuinely argued for a continuation of creative city policy as the best way to fight social injustice and right-wing resentment (Groene Amsterdammer, 18 March 2019). In an act of breathtaking political idiocy, Pels dispenses with the fact that the creative city is not anything but the cultural avant-garde for the interests of financial capital, serving only the financial elite (again, even Florida admits this!). Defending ordinary people against the powerful was once the political function of left politics. De Zwijger’s an-aesthetic interface is part of a machinery that has blurred out the democratic struggle because it doesn’t fit the schema of neoliberal creativity and innovation. This is how ideology functions today: out of sight, out of mind, out of politics. Beszel, Ul Qoma, Amsterdam. Except that there is of course a political movement to which those who feel betrayed by their political representatives are gravitating: the populist right. This then is where the real danger of De Zwijger & Co lies. By perpetuating an an-aesthetised public discourse that sustains a neoliberal consensus, they dissipate the energies of a young generation yearning for radical change. Each day it continues to inhibit a political movement that could effectively fight social injustice and rising inequality, De Zwijger is complicit in the further expansion of the ideological space of the populist right. This unintended effect is what everyone who plans to participate in an event like We.Make.The.City should be aware of. It doesn’t matter how many intelligent and meaningful projects, initiatives, start-ups and local activists present their worthwhile cases. Some of them will certainly be laudable or even contribute to making the world a better place. What is urgent to understand is that We.Make.The.City and its host, Pakhuis De Zwijger, operate as an interface created for the purpose of putting anyone with real political aspirations to sleep, of closing the eyes of those who want to insist on naming social issues by their proper name, of unseeing the effects of financial vandalism on our city’s urban ecology. What Amsterdam needs is something else entirely: a public debate that breaks with this political an-aesthesia and puts pressure on the city government to end the unobstructed rule of the market.
Issue #024 Published: 03-05-2019 // Written by: B.W. van Wonderen
Een jaar verder en wat is het stil op het stadhuis
In mei 2018 begon het nieuwe stadsbestuur. Een coalitie van enkele linkse en groene partijen, onder leiding van GroenLinks, die “een nieuwe lente” zou brengen. We zijn nu een jaar verder en kunnen de eerste balans opmaken. Hoofdconclusie: er is nog bar weinig veranderd en de optimistische sfeer van nieuwe mogelijkheden is vervlogen. Heel veel is aangekondigd, maar (nog?) niet gerealiseerd: de verkoop van sociale huurwoningen gaat nog steeds door; speculanten kunnen nog steeds huizen kopen zonder er zelf te gaan wonen; ongedocumenteerden staan nog op straat; rafelranden worden niet beschermd; broedplaatsen zijn niet permanent gemaakt. Enzovoorts enzoverder. Amsterdam is uniek vanwege haar lange traditie van tegencultuur. De stad ontwikkelt zich en daardoor komt deze cultuur onder druk te staan. Daarom beschermen we rafelranden. (Uit: Program Akkoord mei 2018, p. 63) Prachtig, zo’n zin, je zou er bijna tranen van in je ogen krijgen. In de praktijk blijkt het een loze kreet. Wethouder Kock zei tegen de ADM dat rafelranden in Amsterdam niet meer kunnen en dat ze maar naar Almere moeten gaan. Valt die wethouder niet onder B&W of is deze tekst fake? Veel verwachtingen zijn niet waargemaakt: de ontruiming van de ADM is door dit B&W gewoon doorgezet, krakers worden nog net zo snel ontruimd, en de ecologische boerderij Boterbloem in de Lutkemeerpolder nog steeds wijken voor een bedrijfsterrein. Ondertussen worden huiseigenaren verder gesteund door het afschaffen van de erfpacht. In december 2018 trok dit B&W zelfs 100 miljoen euro extra voor huiseigenaren uit om ze goedkoper hun erfpacht te laten afkopen. Hebben ze de macht van het geld aangepakt? Was het maar waar, het is alleen maar erger geworden: rijke buitenlanders kopen nog massaler de koophuizen op dan toen dit stadsbestuur begon. Buitenlandse beleggers zien Amsterdam nog steeds als een luilekkerland waar ze enorme winsten kunnen binnenhalen. Dure hotels springen nog steeds als paddestoelen uit de grond; bijna elke week wel een. Peperdure appartementen voor de rijksten der aarde worden opgeleverd en in aanbouw genomen. Op een paar punten is een breuk met het vorige bestuur gemaakt: bijna direct is de verkoop van gemeentelijke panden stopgezet; er is opvang van ongedocumenteerden voorbereid  (maar nog niet uitgevoerd); en de kolencentrale Hemweg gaat volgend jaar sluiten. De vraag is of het vorige bestuur dat ook niet gedaan zou hebben. Anders geformuleerd: komt er nog wat van, wanneer wordt het nu eens echt lente?