Recent articles
Issue #025 Published: 18-07-2019 // Written by: B.W. van Wonderen
Sterftuin constructie Tolhuistuin
De gemeente heeft de verdubbeling van de huur voor de culturele huurders van de Tolhuistuin voor twee jaar uitgesteld. De commerciële huurders van de Tolhuistuin (denk aan het restaurant THT) gaan per direct een hogere huur betalen; de culturele huurders moeten in 2021 een huur van 120 euro per vierkante meter gaan betalen. Daarmee kan de gemeente—die eigenaar is van de Tolhuistuin—een “kostendekkende” huur voor deze panden binnenhalen en wordt de betaalbare culturele functie opgeofferd. Daarmee komt over twee jaar een eind aan deze mooie, betaalbare plek aan het IJ, recht tegenover het Centraal Station. Culturele huurders hebben twee jaar de tijd om hun inkomsten zo te verhogen dat zij de dubbele huur kunnen betalen, zo schrijft de gemeente cynisch. Voor een broedplaats met betaalbare werkplekken voor culturele initiatieven is dan dus meer geen ruimte. Alleen de tuin zelf blijft misschien nog langer dan twee jaar beschikbaar voor culturele programmering, als de stichting THT extra subsidies weet binnen te halen. Alle beloften uit het Program Akkoord van het huidige stadsbestuur worden daarmee geschonden: broedplaatsen zouden “permanent” worden; gemeentelijk vastgoed zou zoveel mogelijk voor maatschappelijke doelen ingezet worden; kostendekkende huur zou niet altijd doorgezet worden.  Voor de Tolhuistuin blijkt dit alles een loze letter. Extra pikant is dat de huidige wethouder van Cultuur en Gemeentelijk, Touriana Meliani, de voormalig directeur en oprichter van de Tolhuistuin is. Zij is blijkbaar dus niet bij machte om haar eigen project te redden. Ondertussen heeft de grote man van GroenLinks Amsterdam, Rutger Groot Wassink, het afgelopen half jaar aan deze sterfhuisconstructie gewerkt. En hij is er nog trots op ook: twee jaar uitstel van executie wordt door hem groots als “redding,” “toekomstbestendig,” en “inclusief” gepresenteerd. Vroeger werden op deze plek in Noord de lijken opgehangen van degenen die op de Dam geëxecuteerd waren, dit als afschrikwekkend voorbeeld aan de Amsterdamse burgers dat zij zich maar beter aan de wet konden houden. Misschien kan de gemeente hier straks alle slachtoffers van een onbetaalbaar Amsterdam tentoonstellen, als afschrikwekkende les voor Amsterdammers dat zij alleen met heel veel geld nog een plekje hebben.   Illustration: Stan Gajewski
Issue #025 Published: 16-07-2019 // Written by: Charlie Vielvoye
Met kunst gentrificatie te lijf in Amsterdam-West
Hoe behouden we nog iets van verbeelding en avontuur in de publieke ruimte in een stad die in rap tempo verandert door regelgeving, monocultuur en vermarkting? Hoe gaan we om met gentrificatie? Met deze vraag gaat kunstcollectief TAAK aan de haal bij Social Capital: een meerjarig kunstproject dat bestaat uit interventies, presentaties, workshops, performances, video’s en installaties die opduiken in verschillende buurten in Amsterdam. De tweede editie van Social Capital wordt georganiseerd in samenwerking met LIMA en staat in het teken van Amsterdam-West. De aftrap vond plaats op 23 en 24 mei 2019 en ik was erbij namens Amsterdam Alternative. Het startschot werd gegeven door videokunstenaar Julika Rudelius, die zelf sinds de jaren ‘90 in Oud-West woont. Deze buurt is sindsdien natuurlijk flink geyuppificeerd en Julika maakte een video-installatie over de oorspronkelijke bewoners: Changeroom. De locatie van De Hallen is zeker niet toevallig gekozen. Een duidelijker voorbeeld van de verandering in de buurt kun je haast niet vinden. Een prachtig opgepoetst centrum met torenhoge prijzen voor horeca en snuisterijen, waar je zonder rijkelijk gevulde portemonnee niets te zoeken hebt. In Changeroom zien we markante gezichten van oorspronkelijke, oudere buurtbewoners. Ze lijken een soort geheim verbond te vormen, vooral door de manier waarop ze gefilmd zijn tussen mensenmenigten in. Julika: “Ik wil dat mensen kijken naar hun medemens, om zich heen kijken. Changeroom is niet moralistisch bedoeld, maar ik wil laten zien dat er altijd een verhaal zit achter de (oudere) mensen in je buurt.” Tijdens de opening zijn ook de sterren uit de video-installatie aanwezig. Ron (zelf beeldend kunstenaar), vraagt aan mij wat gentrificatie eigenlijk is, wat ik in twee zinnen probeer uit te leggen maar helaas niet lukt. We hebben het als progressieven vaak over de ‘echte Amsterdammer’, maar blijkbaar niet zo vaak met hem of haar als het gaat over de veranderende stad. Dag 1 van Social Capital #2 vervolgde in Broedplaats HW10 in Nieuw-West, met de presentatie van het derde deel uit een experimentele documentaireserie van Lyubov Matyunina, getiteld I am a tool of gentrification. In deze derde aflevering die over West gaat zien we interviews met bewoners van broedplaatsen, Julian Jansen (gemeente Amsterdam) en Nienke Jansen (OT301) die zich uitlaten over gentrificatie, afgewisseld met beelden van een ambigue sciencefiction figuur—gehuld in witte bivakmuts en cape met gebouwen erop—die intervenieert in de publieke ruimte. Soms bombardeert deze figuur zich met robotstem tot ‘Queen of Gentrification,’ dan weer komt hij/zij/hen in verzet tegen de omliggende gebouwen. Een van de centrale thema’s in Lyubov’s werk is dat ze gentrificatie nadrukkelijk aan de transformatie van de arbeidsmarkt koppelt, een markt waarin steeds meer (creatieve) arbeiders gedwongen worden tot freelance of zelfs gratis werk. Hierdoor hebben zij weinig tot geen sociale zekerheid hebben. Hiermee raakt Lyubov aan de paradox van gentrificatie. Kunstenaars die publieke ruimtes zowel fysiek (met hun werk) als immaterieel (door de verandering in perceptie van een buurt) vormgeven, hebben nagenoeg geen claim op diezelfde publieke ruimtes, omdat ze er maar tijdelijk toegang toe hebben. Wanneer hun werk is gedaan en een buurt compleet is gegentrificeerd is hun rol uitgespeeld en worden zij weer weggeduwd, naar de “rafelranden” van de stad. De kunstenaar als een gereedschap dus, een hijskraan die je verplaatst wanneer de verbouwing erop zit. Dag 2 van Social Capital startte met een rondetafeldiscussie bij LIMA over gentrificatie in relatie tot de kunsten, dit onder leiding van Chris Keulemans (o.a. bekend van Tolhuistuin). Hierbij schoof naast de kunstenaars van deze editie van Social Capital ook Julian Jansen van de gemeente aan. Moderator Chris Keulemans schetst een somber beeld van de situatie in de stad. Hij stelt (in het Engels): “We voeren een verloren strijd.” Wat volgt is een soms wat onsamenhangende discussie waarin vooral blijkt hoe divers een onderwerp als gentrificatie eigenlijk is. Veel kunstenaars hebben het bijvoorbeeld over de moeilijkere omstandigheden en hun eigen bestaansrecht, terwijl anderen het thema breder trekken de gentrificatie van de stad in haar geheel. Een kunstenaar uit het publiek is hoorbaar geïrriteerd en stelt dat het gevecht hierbuiten al plaatsvindt; je moet er niet alleen maar over praten. Zo lijkt ook deze discussie symptomen te vertonen van het Pakhuis-de-Zwijger-syndroom waarover het in de vorige editie van Amsterdam Alternative ging: door alleen maar te praten word je ook in slaap gesust en ben je minder snel geneigd om echt iets te doen aan de uitverkoop van de stad. Na afloop kom ik een van de oorspronkelijke bewoners uit de video-installatie Changeroom van Julika Rudelius tegen. Hij is een beetje beduusd. “Wat was iedereen aan het mopperen, hè?” We vervolgen samen onze weg naar alweer het laatste onderdeel uit deze editie van Social Capital, de performance Tuning In—the neighbourhood van Tao Vrhovec Sambolec, waarbij bewoners van het WG-terrein gezamenlijk de noot A stemmen. Het idee is eenvoudig maar krachtig. Door deze interventie vervagen de grenzen tussen privaat en publiek, en tussen luisteraar en performer. Ongeveer een uur lang klinkt de noot A over het WG-terrein en komen er vanuit steeds meer ramen nieuwe instrumenten bij. Ondertussen wordt ‘het publiek’ via grote spandoeken uitgenodigd om vooral mee te doen met de performance. Tao: “Hierdoor wordt de aanwezigheid van de gemeenschap benadrukt die hiermee op een positieve manier in het verzet komt tegen gentrificatie en de buurt tot meer maakt dan een stuk vastgoed met louter financieel belang.” Kortom: een buurt leeft en dat mag gehoord worden! Aangezien de performance een uur duurde maakte mijn initiële ongedurigheid later plaatst voor rust en bezinning. Ik blijf achter met meer vragen dan antwoorden met betrekking tot gentrificatie, maar TAAK en LIMA zijn door hun focus op kunst en interventie in de publieke ruimte er echt in geslaagd om iets tastbaars neer te zetten waarmee op zijn minst mensen aan het denken worden gezet over onze veranderende stad en misschien zelfs wel worden aangespoord om van de (praat)stoel af te komen en in actie te komen. In september vindt de derde editie van Social Capital plaats, ditmaal in Amsterdam-Noord bij onder andere bij Sixhavenkwartier en het Hyperion Lyceum.   Photo: Vika Ushkanova
Issue #025 Published: 14-07-2019 // Written by: Chiara Sriram
AA Talk #06 - Inclusiviteit binnen broedplaatsen en vrijplaatsen
De zesde AA Talk op 23 mei  in het Plein Theater, in samenwerking met twee Culturele Maatschappelijke Vorming studentes Chiara Sriram en Sterre Nacca, zoomt in op de vragen die zij hadden bij hun actieonderzoek. Dit actieonderzoek gaat over inclusiviteit binnen broed- en vrijplaatsen in Amsterdam en is met AA talk #06 als kers op de taart afgerond. In het panel zit een groep mensen van jong en oud die samen een brede invulling hebben kunnen geven aan de vragen die worden gesteld door moderator Siela Ardjosemito-Jethoe. Aanwezig zijn onder anderen: kunstenares Djura, Nikita van Women Inc. (eigenares van Progres en Progrescaribbean Bianca), Martijn van Bureau Broedplaatsen, columniste Sociale Vraagstukken Samira en duo-raadslid van BIJ1 Jazie. Het Plein Theater is de perfecte plek om dit debat te organiseren. De intieme zaal en betrokken organisatie van het theater dragen bij aan de goede sfeer die de gehele avond heerst. Ook vanuit het publiek komen vaak zinnige en bevlogen bijdragen die door moderator Siela tot bondige samenvattingen en conclusies verwerkt worden. Hierdoor blijft de discussie zeer ‘on point’. Het is donderdagavond, de panelleden en het publiek zitten klaar, na een korte introductie van directrice Berith over het Plein Theater en het welkomstpraatje van de twee studentes gaat het debat van start, de volgende stellingen worden besproken: • Exclusiviteit zit verankerd in het systeem van de culturele sector • Diversiteitsquota voor broedplaatsen zijn een must • Vrijplaatsen zijn per definitie inclusief, dit omdat het vrijheid en autonomie biedt •Vinden jullie broedplaatsen en vrijplaatsen inclusief? Bij de eerste stelling komt vanuit het panel de reactie dat culturele organisaties die zichzelf inclusief vinden en willen zijn, dit in werkelijkheid lang niet altijd echt zijn. Bij verschillende culturele organisaties is het zo dat wanneer er iemand weggaat deze persoon vervangen wordt met iemand die op deze persoon lijkt. Wanneer steeds meer van dezelfde “smaak” bij elkaar komt is dat niet bevorderlijk voor de inclusiviteit van een plek. Volgens Martijn is dit ontzettend zonde, hij zegt: ‘De meerwaarde ligt voor het oprapen en het zou stom zijn als je dat niet doet.’ Hij bedoelt hiermee de meerwaarde van inclusiviteit binnen culturele organisaties zoals broedplaatsen en vrijplaatsen. Een inclusieve werkvloer levert iedereen wat op. De verschillende achtergronden, voorkeuren, waarden en ervaringen die mensen hebben op basis van hun culturele tradities zorgen voor meer creativiteit, vernieuwing en een betere prestatie. Die verschillen zorgen ervoor dat mensen andere gezichtspunten innemen, tot nieuwe ideeën komen of in staat zijn bredere groepen klanten aan te spreken (GroeneHartslag, 2019). Om inclusie te bereiken moet er wel actie ondernomen worden. Nikita benoemt daarbij het volgende: ‘Niets is per definitie inclusief. Je moet er iets voor doen.’ Hier zijn de andere panelleden het mee eens. Je moet iets ondernemen wil je inclusiviteit bereiken. Maar wat? Een diversiteitsquotum instellen? Een diversiteitsquotum is een vastgesteld percentage van culturele diversiteit of diversiteit op andere vlakken in de doelgroep. Tijdens het bespreken van de tweede stelling blijkt er onenigheid te zijn over hoe geschikt diversiteitsquota zouden zijn. Sommige organisaties gebruiken een quotum, dit werkt voor hen goed, maar dit betekent niet dat het ook werkt voor andere organisaties. Ook kan een organisatie een quotum niet vinden passen bij hun visie, omdat het te geforceerd zou zijn. Dus het lijkt erop dat diversiteitsquota volgens het panel niet een must zijn om inclusiviteit te bewerkstelligen. Maar wat dan wel? Bij de stelling of vrijplaatsen per definitie inclusief zijn, zegt het panel dat sommige broed- en vrijplaatsen zichzelf al inclusief vinden maar dit niet echt zijn. Sommige broed- en vrijplaatsen zijn volgens het panel van mening dat iedereen al welkom is bij hen, wat zo kan zijn, maar dan moet je dat wel weten. Volgens het panel draait inclusiviteit dus om je ook daadwerkelijk welkom voelen. Bianca noemt hier een mooie metafoor bij. Zij vertelt dat het een Surinaams gebruik is om bij het avondmaal een extra bord te dekken voor de onverwachte gast. De onverwachte gast is dus altijd welkom. Maar dan moet deze gast wel weten! De onverwachte gast zal zich pas welkom voelen als hij of zij ook weet dat hij met open armen ontvangen zal worden. Wanneer je als organisatie een passieve houding aanneemt, door te zeggen ‘wij zijn al inclusief maar ze komen niet naar ons toe’, dan leg je het probleem van exclusiviteit bij de ander. Dat niet iedereen zich welkom voelt kan kunstenares Djura beamen. Een broedplaats of vrijplaats kan wel zeggen dat iedereen welkom is, maar op het moment dat je niet weet of je welkom bent is de drempel om te komen nog steeds te groot. Over die drempel heeft Djura nog wat toe te voegen. Zij is namelijk op zoek naar een atelier, een atelier in een broedplaats of vrijplaats zou ideaal zijn voor haar, maar de jargon die gebruikt werd in de aanvraag die zij moest invullen was al zo complex dat zij dit als drempel ervaart. Om het debat mooi af te sluiten vraagt Siela vervolgens om een paar concrete oplossingen vanuit het panel en het publiek. Eén van die dingen is dat wanneer je nieuwe mensen werft voor je bedrijf, organisatie of collectief je niet dezelfde soort werft als die je al hebt. Probeer verder te kijken, ook al kost dat misschien wat tijd. Inclusiviteit gaat niet over een nacht ijs. Verder noemt Samira dat iedereen een ‘micro-revolutie’ kan starten. Het idee van micro-revoluties wat betreft inclusiviteit is dat je als individu andere individuen om je heen kan aansporen om inclusiviteit te waarborgen in alles wat je onderneemt. Een andere concrete oplossing zou het instellen van een verplicht quotum kunnen zijn. Het is een eventuele oplossing maar volgens het panel geen must. Verder wordt vanuit het publiek nog benoemd dat het belangrijk is om mensen te laten weten dat zij welkom zijn. Nodig eens mensen buiten je eigen netwerk uit om een kopje thee te komen drinken, of ga langs bij andere organisaties die een inclusief netwerk hebben. Laat bij zulke bezoeken weten dat de deur altijd openstaat. Omdat we allemaal een microrevolutie kunnen beginnen zijn wij met z’n allen verantwoordelijk voor het bevorderen van de inclusiviteit in onze samenleving. Laten we beginnen door erover te blijven praten, elk gesprek is een stap de goede richting in. Ook al is dit met de buurvrouw, je ouders, bij een meeting, of bij een AA talk; het thema op de agenda zetten is al een mooie stap. Bibliografie: GroeneHartslag. (2019, April 14). Diversiteit en inclusiviteit op de werkvloer. Fotografie: AA-IS
Issue #025 Published: 14-07-2019 // Written by: Sterre Nacca
Een kettingreactie door activering - Het resultaat van een actie- onderzoek in de praktijk
De laatste weken van mijn studie zijn aangebroken. Een vlaag van toekomstbeelden over een fulltime baan en een dure kamer in het centrum sluipt heel voorzichtig mijn dagdromen in en neemt nonchalant zijn plek in. Alsof deze vlaag al een jaar om een hoekje te wachten staat en mijn studentenleven grijnzend aan het bekijken is. Maar vandaag zit ik nog in een lokaal sippend van een bakje filterkoffie, en vanavond sta ik gewoon weer in mijn studentenflat in Amsterdam Noord nasi te maken aan een vies aanrecht. Laatst hadden we op school een college over actieonderzoek, een vorm van onderzoek die is gestart door antropoloog Kurt Lewin, die in 1946 het artikel ‘Action Research en Minority problems’ publiceerde. Wat in mijn ogen toen der tijd iets was over dat je mensen betrekt bij het doen van onderzoek en hen in het proces activeert. En later in andere woorden bleek te betekenen dat het een onderzoeksmethode is waarbij de onderzoeker ingrijpt in en tijdens het onderzoek, om tot positieve verandering te komen terwijl je kennis genereert (Mulder, P. 2013). Maar hoe ga ik in een paar maanden tijd mensen kunnen activeren met mijn onderzoek, als ik mezelf op dit moment geeneens kan activeren voor het doen van onderzoek? Niets bleek minder waar. Binnen een paar dagen tijd zat ik samen met mijn klasgenoot Chiara Sriram op de achttiende verdieping van de A’dam toren, om nachtburgemeester Shamiro te interviewen vanuit de organisatie Amsterdam Alternative, een collectief van vrijplaatsen. Op dit moment had ik nog niet echt door hoe ik hier als professional van belang zou kunnen zijn. Ik stelde hem wat vragen over inclusiviteit bij broed-  vrijplaatsen, en ging weer naar huis. Een paar dagen later hadden wij ook iemand van een broedplaats (woon-werk plek voor kunstenaars en creatieven) geïnterviewd, een jonge kunstenaar uit Zuidoost, en twee werknemers van de gemeente. Hoe snel ons actieonderzoek er eigenlijk in is geslopen hadden wij pas door toen wij Martijn en Naima van Bureau Broedplaatsen Gemeente Amsterdam hadden gesproken. Martijn legde uit hoe tof hij het vond dat er zo snel een kettingreactie had plaats gevonden. Een paar maanden geleden was hij bij een evenement vanuit de gemeente waar wethouder Touria het thema inclusiviteit binnen broed- en vrijplaatsen aankaartte. Onze opdrachtgever van Amsterdam Alternative was ook bij dit evenement en heeft daarna ons, twee student-professionals, gevraagd om onderzoek te doen binnen dit thema, en dus inclusiviteit te bevorderen binnen zijn projecten. Daarna zijn wij andere professionals en kunstenaars gaan interviewen, die hierdoor ook weer bezig zijn met dit thema. Het feit dat het balletje rondom dit thema is gaan rollen maakte hen erg vrolijk. Op dat moment zeiden mijn studiegenoot en ik tegelijkertijd: ‘dit is actieonderzoek’. Maar hoe kan je als professional handelen binnen actieonderzoek om een sociale verandering teweeg te brengen, terwijl je opzoek bent naar je uitkomsten? Toen wij onderzoek deden merkte ik dat het goed is om je betrokkenen aan te spreken op zijn of haar professionaliteit en aan te geven dat wij samen een verandering mogelijk kunnen maken. Wat belangrijk was binnen onze interviews is dat wij aan het begin aangaven actieonderzoek te doen en niet perse op zoek zijn naar antwoorden, maar samen met hen naar een oplossing. We kijken eerst samen met de geïnterviewde naar zijn of haar bevindingen wat betreft inclusiviteit binnen broed- en vrijplaatsen, en vragen daarna of diegene misschien ideeën heeft wat betreft de projecten die onze opdrachtgever aan gaat bieden binnen het culturele werkveld. Maar dat niet alleen, het thema is voor elk project interessant! Toen wij een jonge kunstenaar uit Zuidoost interviewde werd ons duidelijk hoe een persoonlijke benadering helpt. Hij legde uit dat veel jonge kunstenaars uit Zuidoost geen vertrouwen hebben in broedplaatsen, en een hoge drempel voelen. ‘We worden toch alleen uitgenodigd om diversiteit te bevorderen, we voelen ons niet serieus genomen en willen gewoon persoonlijk benaderd en gehoord worden, plekken die dit wel kunnen geven mij autonomie, ze laten mij zelf het heft in handen nemen en evenementen organiseren. Hoe ik nu persoonlijk via jullie over het project Collectief Eigendom hoor, word ik geprikkeld, ik hoor een gemeende visie en missie. Door dit te horen zou ik sneller naar een evenement van Amsterdam Alternative komen, mijn tip is om deze persoonlijke benadering aan te houden. Zo voel ik me serieus genomen.’ Dat het actieonderzoek en onze persoonlijke benadering al heeft verzorgd dat er één kunstenaar in Zuidoost geprikkeld is voor het project en voor deze verandering, maakt voor ons al duidelijk hoe goed deze benadering werkt voor het actieonderzoek. Zo hopen wij met ons eindproduct in vorm van een debat, en afronding van het onderzoek, nog meer kettingreacties te veroorzaken. Omdat wij mensen wilden betrekken bij het onderzoek, hebben we via een debat samen gekeken naar oplossingen. Al met al heeft dit inzicht mij veel gedaan. In het begin sprak onderzoek doen mij niet zo erg aan, kwalitatief onderzoek heeft mij altijd al een beetje jeuk gegeven. Maar actieonderzoek heeft ervoor gezorgd dat de deelnemers zich betrokken hebben gevoeld en dat ik mijn krachten als sociaal-cultureel werker beter heb kunnen inzetten. Het heeft ook mij dieper in het thema gegooid. Zo zal ik zelf alle bevindingen van het onderzoek altijd mee blijven nemen in mijn carrière als sociaal-cultureel werker. En ben ik ervan overtuigd dat actieonderzoek voor vele sociale praktijken goed zal werken door de combinatie van praktijk en theorie. Wie weet zit ik zelf over drie maanden in mijn dure kamer aan de nieuwmarkt, professional te zijn en nog steeds na te denken over dit thema. Heb ik uiteindelijk mezelf ook nog weten te activeren. Bibliografie: Mulder, P. (2013). Action research (Lewin). Pain, R. Whitman, G. Milledge, D. and Lune Rivers Trust (2012) Toolkits PAR. Fotografie: AA-IS
Issue #025 Published: 05-07-2019 // Written by: Over het IJ
Over het IJ Festival 2019 - Nieuwste generatie makers laat zich inspireren door de stad
Over het IJ Festival presenteert van 5 tot en met 14 juli zo’n vijftig spannende, tegendraadse en vernieuwende locatietheaterproducties, overal op de NDSM-werf en dieper in Amsterdam-Noord. Veel voorstellingen zijn van makers en gezelschappen die zich afgelopen jaren konden ontwikkelen binnen het festivalprogramma. Ook komt veel nieuw werk tot stand in hechte samenwerking met partners in talentontwikkeling: gezelschappen, productiehuizen en festivals uit heel Nederland. (Co)producerende en presenterende rol Over het IJ Festival heeft een sterke focus op talentontwikkeling, met daarbinnen vaak een producerende of coproducerende rol. Veel voorstellingen komen tot stand in samenwerking met diverse partners in talentontwikkeling, waaronder Oerol, Festival Cement, Frascati, Feikes Huis, Schweigman&, Kameroperahuis en De Nieuwe Oost. Met Productiehuis Theater Rotterdam, Maas theater en dans, Orkater/De Nieuwkomers, Likeminds en Mugmetdegoudentand wordt samen gewerkt in talentontwikkeling op presenterend vlak. Premières en nieuwe voorstellingen Over het IJ Festival geeft makers graag de gelegenheid om zich gedurende meerdere jaren binnen het festivalprogramma te ontwikkelen. Voorbeelden van makers die ooit begonnen met een kleine voorstelling in een zeecontainer of elders op de NDSM-werf, en nu in première gaan met een volwaardige voorstelling zijn Young Gangsters, La Isla Bonita en Bart van de Woestijne. Ook Abishek Thapar, Rita Hoofwijk, Sheralyn Adriaensz en Sanne Nouws waren eerder te zien tijdens Over het IJ Festival, en presenteren dit jaar nieuw werk. Vernieuwd Atelier Terug van een jaar weggeweest is het Atelier. Opnieuw nodigen Over het IJ Festival en Oerol jonge makers uit om nieuw werk te ontwikkelen en te presenteren, zowel op de NDSM-werf als op Terschelling. Geselecteerde makers zijn Marinke Eigenraam (Schweigman&), Warre Simons (Kamperoperahuis) en Igor Vrebac (De Nieuwe Oost). Festivalhart Over het IJ Festival strijkt neer rond Sexyland op de NDSM-werf; ooit personeelskantine voor scheepsbouwers, nu naar eigen zeggen de meest gevarieerde club van Amsterdam. Het festivalhart is de plek voor het iconische Zeecontainerprogramma. Tien jonge makers, deels voorgedragen door gezelschappen als BOG., Dansmakers Amsterdam, Afslag Eindhoven en DEGASTEN, ontwikkelen een nieuwe voorstelling in een zeecontainer, en presenteren die tijdens het festival. Over het IJ Festival LAB Het festivalhart is ook de plek voor de tweede editie van het Festival LAB. Een zestal makers duikt hier twee weken voorafgaand aan het festival, en tien dagen tijdens het festival onder om nieuw werk te ontwikkelen en te experimenteren met nieuwe vormen van kunst en locatietheater. Festivalbezoekers spelen een doorslaggevende rol in de totstandkoming ervan. Zij zijn betrokken bij de uitvoering, en gaan met makers in gesprek. Zo ontwikkelt het werk zich tijdens het festival steeds verder. De stad als inspiratiebron Over het IJ Festival reflecteert op actuele grootstedelijke ontwikkelingen. Thema’s die in veel voorstellingen aan bod komen zijn de (soms gespannen) relatie tussen individu en het collectief, het samengaan van oude en nieuwe bewoners in de stad, migratiegeschiedenissen, uitdagingen op het gebied van ecologie, klimaat en duurzaamheid, en veelzijdige identiteiten, waaronder seksuele identiteiten. Sociaal-artistieke programma’s Stichting IJ Producties verbindt zich het hele jaar door met wat speelt in de stad en de samenleving. Sociaal-artistieke programma’s brengen bewoners van de stad dichter bij elkaar en maken actuele, relevante en maatschappelijke thema’s bespreekbaar, of geven hierop een nieuw perspectief. Over het IJ Festival 2019 De zevenentwintigste editie van Over het IJ Festival is van 5 tot en met 14 juli. Het volledige programma is medio mei bekend. Dan start ook de kaartverkoop.   Voor meer informatie: overhetij.nl