Recent articles
Issue #014 Published: 19-10-2017 // Written by: katerina Gladkova
A MOMENT FOR SHITTY POETRY
A fading sheet of yellowish thin paper with corners curling inwards snagged my eye. It was sloppily glued to the abrasive surface of the bridge facing Brouwerij’t IJ. Four brisk lines of text titled “A Moment For Shitty Poetry”. Four intentionally mawkish, almost childish descriptions of the anguish of not being around your loved one provoked a smile. I came across it in early July. I came back two weeks later. It was gone, any conspicuous traces of it vanished. Moments for poetry are ephemeral.  Those lines made me think – how many more flimsy looking, battered sheets of paper are peppered around the city? Certainly more than one. Do they change our experience of poetry? Certainly they do.  An obvious impulse to Google revealed Straatpoezie platform, created by Kila van der Starre, a PhD researcher from the University of Utrecht. The platform has accumulated an astonishing number of street poems through crowdsourcing – 1353 so far and still counting. Around 115 of them are verses scattered around the landscape of Amsterdam, displayed from buildings, streetlamps, and bridges.  Kila has been stumbling across poetry in the streets of the Netherlands and Flanders for as long as she can remember. She discovered that encountering poems in public places is the third most common way to experience poetry among Dutch adults, right after special events and television. But despite its ubiquity, street poetry has never been traced, documented or collected. Kila resolved to fill this void by creating www.straatpoezie.nl as a part of her research project on ‘poetry off the page’ and the website was launched during the National Poetry Week in January 2017.  Street poetry is a bemusing phenomenon. “It pops up in the most unexpected places and it’s not always clear who placed the text in our public area, or even who wrote the text,” – says Kila. With some associating it with the worlds of rebellious performance or music, others labeling it ‘accessible art’, the exercise of shrinking its kaleidoscopic nature into one definition proves to be futile. Straatpoezie website opts for an all-encompassing umbrella term, diluting labels with inclusivity: “street poetry is written poetry placed in public space. This means that the text must be accessible day and night”. The definition is stretched even further as it is left up to the community to establish whether the work they are confronted with is poetry or not – depending on the cultural, historical, social and institutional context of the text. Thus far Straatpoezie features poems by canonical authors (Ida Gerhardt, Ingmar Heytze, J.J. Slauerhoff, Joke van Leeuwen, Lucebert and Rutger Kopland) rubbing shoulders with poems by unknown talents and even song lyrics. Street poetry is a genre that sweeps across other cultural and social phenomena. Kila points out that poems are part of our literary heritage that has not been archived.  They are also a form of art, equal to poems that beam at us from books or that we see performed on stage. Kila explains that poetry in book form has eclipsed other forms of poetry expression: “all poetry prizes go to books, all poetry reviews are written about books, all poetry funding goes to poets who write books. But the book is not the only way in which poetry exists. In fact, empirical research shows most people experience poetry outside of books: during special occasions, on tv, on social media, in newspapers, on the radio, in public areas and so on.” And even beyond the book the means of poetry circulation are staggeringly versatile. Along with the more recognized ones – posters, plaques on houses, glass etchings – Straatpoezie introduces counterintuitive spots for creativity outpouring. Be it a stanza stretching across someone’s window; a ribbon of words meandering around a building defying the laws of verse; a poem craftily engraved into a seat or a drinking fountain stand – poem locations are competing with the lushness of language in ingenuity. Finally, street poems might as well be a subversive vehicle for protest. “The slogan ‘La poésie est dans la rue’ was written on walls in France in the sixties and in 2013 it was used again during protests in Turkey. Some graffiti artists can also be seen as protest street poets, such as Laser 3.14 in Amsterdam,” – remarks Kila.  Critics might decry street poetry as vandalism and hide it from public gaze by removing poems or painting over them. Kila agrees that in theory “painting, spraying or placing poetry in any other way on a wall, window, pavement or any other piece of public area without consent is vandalism”. But the public consciousness of the literary community slowly starts waking up to the realisation that street poetry should be respected and preserved as an integral part of our literary heritage, rather than cracked down upon – a transformation akin to the debate on street art in the art world.  I skip back to my undocumented “Moment For Shitty Poetry”. Although just for a couple of weeks, it refashioned the surrounding public space with its presence. Kila suggests that it is a unique type of language without a hint of capitalistic function: “I would say our public area is the most diverse poetry anthology you can walk through. And it’s free for everyone!” Ultimately, its aim is not sell, offer, persuade or bend our wills. Street poetry exists in its own poetic vacuum of visceral emotion and contemplation, igniting thinking and oiling the wheels of reflection. It celebrates the diversity of languages, styles, themes and lengths. Look out for your own moment of poetry, in whatever shape and form. And do not forget to add it to the Straatpoezie map. 
Online only Published: 17-10-2017 // Written by: ADEV
Manifestatie ADEV 2017
Welcome to the underground! We moeten het blijven herhalen, de Nederlandse dance scene is geboren in de underground. Vele huidige ADE goden kregen een kans op plekken ver weg van commercie en regelzucht. In het weekend van het ADE dansen de bezoekers steeds vaker op dezelfde beat en netjes in de maat. Tijdens het ADE zijn het kuddedieren, gaan ze van venue naar venue, als schapen op de Dam. ADEV (Amsterdam Danst Ergens Voor) viert met een lichte tegenzin zijn 5 jarige bestaan, want de Amsterdamse underground staat zwaar onder druk. Dit jaar zal de manifestatie terugkeren naar haar basis, een schel geluid vanuit de underground. Een harde stem tegen de vercommercialisering van de (dans) cultuur in Amsterdam. Op 21 oktober brengt ADEV het ADM naar het centrum van Amsterdam. Het ADM, als voorbeeld broedplaats in heel Europa, wordt na 20 jaar, bedreigd in zijn bestaansrecht. Want waar tegenwoordig alles in euro's word gemeten bewijst ADM al 20 jaar dat zelforganisatie, tegendraads denken en onafhankelijkheid leidt tot een unieke aanvulling op het culturele, artistieke en politieke leven van Amsterdam. Het ADM strijdt tegen erkende vastgoed criminelen. De rechter besluit en de politiek is aan zet. Wij vragen iedereen om zich uit te spreken voor het behoud van ADM, voor het behoud van de underground. Samen met een aantal soundsystems zal deze oerkreet tot ver in de stad hoorbaar zijn. Wil je ook strijden voor het behoud van de ADM, andere inspireren en deel zijn van deze beweging? Kom op 21 oktober dansen tijdens ADEV en laat je horen voor het behoud van ADM, voor Amsterdam, en voor de underground. ADM / Alternative Dance Music / Welcome to the underground! www.adev.nu Facebook event >>> En natuurlijk zijn jullie ook van harte welkom om mee te dansen!
Issue #014 Published: 05-10-2017 // Written by: Jacqueline Schoemaker
DE ONDERGANG VAN HET BOTTOM- UP INITIATIEF
Als je ergens iets leest of hoort over bottom-up initiatieven, dan zijn het altijd ‘burgers’ die het initiatief nemen, nooit ‘mensen’. En een burger is een wezen dat per definitie in relatie staat tot de overheid. Bottom-up initiatieven zijn dus aan de (lokale) overheid verbonden, ze beginnen bij individuele burgers en bewegen zich, zoals het samengestelde woord zegt, ‘up’, richting overheid. Er hangt vaak een zweem van onafhankelijkheid, van vrijheid, rond het in bezit genomen stukje land of het kleinschalige buurtfestival, maar een initiatief dat in zijn kiem een beweging ‘up’ meedraagt, is vanaf zijn ontstaan – of toch vanaf het moment dat de participatiemakelaar er lucht van krijgt – al bezig om onherroepelijk ingekapseld te worden in een of andere vorm van beleid. Overheden zijn dan ook verzot op bottom-up initiatieven. Ze hoeven er niets voor te doen. Burgers komen er vanzelf mee aanzetten. Ideeën voor lokale beleidsvoering, die ook nog eens voortkomen uit wat de bewoners ‘echt willen’, worden hen aangereikt op een presenteerblaadje. En omdat het meestal om sympathie-wekkende acties en evenementen gaat, zoals buurtmoestuinen, local food festivalletjes of pop-up koffiebars, kunnen de rest van de burgers – degenen die zich niet actief organiseren in de buurt – er maar weinig tegenin brengen.  Een ander voordeel dat het bottom-up initiatief met zich meebrengt voor de overheid, is dat het een vorm van controle over de publieke ruimte biedt. Want waar een moestuin is, of een koffiebar, is in elk geval geen onbestemd en dus ‘mogelijk gevaarlijk’ terrein. Bottom-up initiatieven zorgen ervoor dat de publieke ruimte minder publiek wordt, d.w.z. minder toegankelijk voor iedereen. Als een groep mensen ingrijpt in de openbare ruimte om ergens bijvoorbeeld een ontmoetingspaviljoen met koffie te realiseren, is die ruimte niet langer werkelijk openbaar maar heeft hij een doel, is hij ingebed in een georganiseerd geheel.  Dat deze plekken worden afgesloten voor activiteiten die doorgaans door de overheid als ‘niet wenselijk’ worden beschouwd (zoals zomaar wat rondhangen of bier drinken dat je niet op een terras maar in de supermarkt hebt gekocht), is natuurlijk geen toeval. Want wie bepaalt welke activiteiten wel en welke niet mogen worden uitgevoerd op een bepaalde plek, en door welke groep burgers? Juist, de overheid. Een bottom-up initiatief is geen actie van een groep mensen die hoe dan ook, met of zonder instemming van de overheid, plaatsvindt. Dat is eerder een vrijplaats. Nee, voor een bottom-up initiatief is altijd toestemming van de overheid nodig. Zo wordt een bottom-up initiatief per definitie gesanctioneerd door de overheid. En zo zien we dat er van een terugtredende overheid ten behoeve van een grotere ‘participatie’ van burgers eigenlijk geen sprake is. Integendeel, burgers worden door middel van hun zelf aangedragen initiatieven voor het karretje gespannen van het beleid. Inmiddels is het fenomeen van het bottom-up initiatief zelf onderwerp geworden van urban studies, stedelijke innovatiestrategieën en beleidsonderzoek, en is er een nieuwe beroepsgroep ontstaan: de stadmaker. Stadmakers initiëren bottom-up initiatieven en genereren aandacht voor een kleinschalige, betrokken manier van organiseren. Samen met (lokale) overheden onderzoeken zij hun eigen strategieën, een praktijk die op zijn beurt terminologie als innovatie, inspiratie, best practices, communities, empowerment enz. in het zonnetje zet, terminologie die naadloos aansluit bij de top-down beweging waarmee de overheid burgers wil verleiden ‘mee te doen’. Maar hoeveel mensen in een buurt doen er eigenlijk mee aan het ‘redden’ van de publieke ruimte? En hoe zit het met al die anderen, degenen die niet meedoen, die zichzelf geen ‘actieve burgers’ noemen? Hoe zit het met de mensen die liever nog wat onbestemde ruimte overhouden in hun buurt? De mensen die gewoon wat willen rondhangen, of hun bier drinken zonder meer? En de mensen die zich organiseren omdat ze samen iets willen doen, en die er voor waken dat het georganiseerde zich ‘up’ beweegt, de mensen die strijden voor het ‘bottom to stay bottom’ initiatief? Hoe zit het met de mensen die gewoon iets doen, ergens in de stad, en geen overheid die er iets mee te maken heeft? Photo: Jacqueline Schoemaker
Issue #014 Published: 30-09-2017 // Written by: Bart Stuart en Klaar vd Lippe
URBAN BATTLEGROUND NDSM
Aan de noordelijke IJ-oever ligt de voormalige scheepswerf NDSM. Vanaf het centraal station is het 10 minuten op de pont. Het water is altijd een psychologische grens. De plek voelt ver weg, maar is dichtbij.  Tot in de jaren ‘80 werden hier de grootste zeeschepen voor o.a. de Koninklijke Shell gemaakt, de mammoet tankers. Tijdens de bloeitijd werkten hier 9000 mensen. De NDSM was een staatsbedrijf, een afgesloten terrein. Je had er als buitenstaander niks te zoeken. Het industriële complex van grote loodsen, hellingbanen en een kraan raakte in ongebruik nadat in 1983 het doek viel voor de scheepsbouw. Duizenden mensen werden werkeloos. Het werd stil op de werf, de hellingen bleven leeg. Daarna brak er een interessante periode aan. Het gebied verwilderde en obscure autohandelaren, boefjes en scharrelaars namen bezit van het terrein en de lege ruimtes. Spontane ontwikkeling zonder plan of toestemming. De ‘X helling’ is een hellingbaan gelegen aan de voet van de kraan. In die ruimtes van de X helling zaten vanaf 1993 scharrelaars, ambachtsmensen en kunstenaars zoals wij. Zonder beleid, zonder subsidie, hielden zij in zelfbeheer het gebouw overeind. Een culturele vrijplaats met eigen ballotage, zelfbeheer van buitenruimte. We legden zelf de stroom aan, riolering en water. We betaalden huur aan een beheerstichting voor de door onszelf opgeknapte ruimtes. In 2000 ontwikkelde de gemeente haar broedplaatsenbeleid, en de NDSM werd het ‘flagship’. In een grote loods ontstonden creatieve en betaalbare werkruimtes, eerst bevolkt door ambachtsmensen en kunstenaars, die de ruimtes merendeels zelf bouwden, en nu door creatieve ondernemers, juristen, adviseurs, kortom, de creatieve klasse. Het verhaal van Richard Florida kreeg hier gestalte. Het state-led gentrification process dat actief werd ingezet vanaf 2004 drukt arme mensen en kwetsbare ondernemers zonder pardon weg. Wij blijven in de X helling nog enkele jaren buiten schot maar het is wreed om hier als buren getuige van te zijn. Festivals worden steeds commerciëler en grootschaliger. De kraan is met overheidssubsidie herontwikkeld en geprivatiseerd tot een luxehotel (vanaf 400 euro per nacht). Inmiddels is hier het privatiseren van openbare ruimte een understatement. Underground en subcultuur hebben grote moeite om stand te houden. Het experiment verdwijnt en het ruige, wilde gebied wordt aangeharkt.  Er komt vanuit de provincie subsidie voor betonherstel aan ons gebouw, we worden ‘een project’ van ambtenaren. Dan krijgt alles opeens een andere dynamiek. Het op eigen initiatief gemaakte creatieve gebied was in ‘de tussentijd’ eerst gewenst als aanjager voor de commerciële gebiedsontwikkeling, en later werd het alleen nog gedoogd. Nu moeten de ambachtsmensen en kunstenaars ruimte maken voor de “echte” creatieve stad, een hogere klasse die meer kan betalen en dus voldoet aan het profiel van de nieuwe stedeling. Ook Amsterdam Noord is inmiddels het centrum geworden. Met de hoogste grondprijzen en artist impressions van hippe mensen die koffie drinken.  In de zomer van 2017 wordt op het nippertje voorkomen dat we eruit worden gegooid door een interventie van de gemeenteraad. De ambtenaren hebben achter de schermen afspraken gemaakt met marktpartijen voor de commerciële ontwikkeling van ons gebouw. Dat gaat nu ook de raadsleden te ver. Tegen alle verwachtingen in wordt eind juli 2017 de motie met een overtuigende meerderheid aangenomen dat de X helling een vrijplaats moet blijven. “De pioniers die zijn overgebleven moeten we behouden omdat ze bij een echte stad horen,” was een van de overwegingen.  We zijn blij dat er aandacht is voor ons! Tegelijkertijd dienen er een aantal rechtszaken in de stad over de ADM. Ook die rafelrand moet verdwijnen. Oprichting R>A>M>P>  Van ons verblijf op de NDSM in the extra time maken we een studie hoe dat we dit beleven en ondergaan. Post-gentrification action research noemen we dit. We hebben de afgelopen 20 jaar een enorm archief aangelegd van alle stedenbouwkundige plannen, artist impressions en ontwikkelbrochures met NDSM vastgoed porno. Dat archief gaan we publiek maken en actief delen, ook als wetenschappelijke bron. In het najaar start een programma in onze werkruimte waarbij we wetenschappers en internationale gasten laten reflecteren op dit proces. Wat gebeurt er na de gentrificatie met de leefkwaliteit van het gebied? Kan cultuur een blijvende rol spelen? Ook willen we onze eigen aanwezigheid kritisch onder de loep nemen. Het kwam allemaal zover omdat kunstenaars het zo leuk hebben gemaakt. Daardoor zijn de grondprijzen gestegen, toch? Hoe onze toekomst hier eruit ziet weten we niet. De rafelrand die we ooit hebben ervaren is ingesloten door het grootkapitaal. De stad heeft de vrije geest ingewisseld voor de vrije markt en is een bedrijf geworden met corporate strategy cityplanning.  De ontwikkeling stopt niet. Richting Zaanstad, voorheen industrie en ‘achterland’, wordt door het huidige bestuur van de stad een nieuwe ontwikkelingsstrategie gemaakt: ‘Havenstad’. Daarin neemt de NDSM aan de rand van dit plan een bescheiden plek in, het gaat hier vooral over hoogstedelijk wonen: 70.000 huizen in de omliggende gebieden. We zien vooral ‘corporate vastgoed strategieën’ voor luxe woongebieden en gated communities. Waar in dit plan zit het alternatieve Amsterdam, het Amsterdam waar sinds de Gouden Eeuw altijd de culturele impulsen uit zijn voortgekomen die onze stad bijzonder en specifiek maken? Of is de tussentijd de eindtijd gebleken voor cultureel Amsterdam?   R>A>M>P post gentrification action research Bart Stuart en Klaar van der Lippe. X helling NDSM contact: ramp.institute@gmail.com Photos: Philippe Velez McIntyre, B+K
Issue #014 Published: 27-09-2017 // Written by: katerina Gladkova
PROJECT PRIDE: BOSNIAN LGBT SHORT FILM SELECTION PUTS THE LGBTIQ SCENE IN BOSNIA & HERZEGOVINA INTO THE SPOTLIGHT
Four documentaries, each of them unique in style and technique, were screened at De Uitkijk cinema on July 31 as part of a collaboration between Bosnian cinema Kriterion Sarajevo and the Young Urban Achievers Foundation. Queer Sarajevo Festival (2008), Queer React (2015), I know what you are but what am I (2016) and Neizgovoreno (Unspoken) (2016) took the viewers right into the controversy-ridden journey that life represents for any LGBTIQ individual in the conservative climate of Bosnia & Herzegovina.  The first two films, Queer Sarajevo Festival and Queer React, laid bare the social fabric of Bosnia and an emotionally charged battle for recognition of LGBTIQ minorities. Tension and violent confrontations that unraveled during the Queer Sarajevo Festival in 2008 brought it to a halt which is poignantly illustrated in Queer Sarajevo Festival. On a more uplifting note, the film also introduced the unwavering commitment and unassailable hope of LGBTIQ organizations and activists to champion tolerance and inclusivity, despite bitter skirmishes and lack of protection from the state. Queer React showed the evolution of the state’s relationship with sexual minority groups since the festival in 2008 and introduced changes in the Bosnian legislation (such as the law against discrimination) that were the result of public mobilization and campaigning.  Two additional films, I know what you are but what am I and Neizgovoreno (Unspoken) presented intimate portrayals of individual lives, mapped out through art and personal relationships. I know what you are but what am I was narrated through the lens of Chris, a young transgender person who expresses life’s puzzles and realities through art. Neizgovoreno (Unspoken) was constructed from relationships of several Bosnian gays, bisexuals and lesbians with their parents. In the light of occasional unease and misunderstandings, one story stood out: a snapshot into the life of young Nera whose mother fully embraced her daughter’s sexuality exuded hope and earnest love.  Kriterion Sarajevo is a Balkan extension of the Amsterdam based Kriterion projects and just like its Dutch counterpart is entirely run by students. The project in Sarajevo was launched in 2011 after the reconstruction of an old cinema destroyed in the war. In this process, students were collaborating with Young Urban Achievers, an Amsterdam foundation supporting young people with setting up cultural initiatives all over the world. In addition to its cultural mission, Kriterion Sarajevo has also become a beacon of hope for the LGBTIQ community. Being one of merely a handful of venues that identify as “LGBT-friendly”, it works in close collaboration with LGBTIQ organizations on awareness-raising campaigns. In post-screening Q&A Vanja Lazic, director of Kriterion Sarajevo and Danilo Jovanovic, Bosnian filmmaker and former LGBT activist, reflected on the continuing journey to tolerance towards LGBTIQ community in Bosnia. Despite anti-discrimination laws being an integral part of the Bosnian legal code, any attacks against LGBTIQ individuals are interpreted as disruptions of public order rather than hate crimes, and victims’ disenfranchisement bars them from reporting such incidents. Lazic and Jovanovic recognised the hardships of leading a decent life as a sexual minority in Bosnia which justifies the ongoing exodus to Western Europe and the US. But both guests were looking on the bright side despite the mounting doom and gloom, concluding that only by taking small steps in raising awareness and parading visibility, a big shift in public consciousness might be catalyzed.